Columns

Sinds begin 2003 heb ik elke maand in Het Gezinsblad, het huis-aan-huisblad voor Purmerend en omstreken, mijn eigen column Interieurtips van Linda Beele.
Een aantal van deze columns kunt u ook lezen op deze website:




Terrasoverkaping

Stel je de volgende situatie eens voor. Je hebt het eindelijk voor elkaar gekregen om een aantal vrienden uit te nodigen voor een gezellig etentje. De weersvooruitzichten zijn gunstig, dus er kan buiten worden gegeten. Natuurlijk geen barbecue, dat is zo afgezaagd. Nee, het moet een soort Italiaanse maaltijd worden met een lange tafel en overvloedig veel smakelijke gerechten.
Als iedereen is gearriveerd, kan het feest beginnen. Maar dan slaat het noodlot toe: het begint zachtjes te regenen. Weg leuk idyllische plan om buiten te eten; iedereen holt naar binnen om aan de keukentafel de maaltijd voort te zetten. Echt erg is dat niet, maar jij baalt inmiddels behoorlijk, omdat je de sfeer van lekker in de avond buiten te zijn, letterlijk in het water ziet vallen.
Welke conclusies trekken we uit bovenstaand relaas? Er zijn verschillende uitkomsten, maar ik beperk me tot drie. Conclusie één is: nodig geen vrienden meer uit. Conclusie twee is: maak nooit meer plannen om buiten te eten. En conclusie drie is: zorg dat je beschikt over een overkapping.
Omdat de laatste conclusie het beste in mijn straatje past, wil ik met genoegen hierop ingaan. Je kunt kiezen voor verschillende mogelijkheden. Laten we eens beginnen met een vaste terrasoverkapping. Er zijn onderhoudsarme aluminium terrasoverkappingen, namelijk de vaste en de schuifbare. Deze zijn te verkrijgen met een dak van polycarbonaat, een stevig harde kunststof (helder, opaal of zonwerend) of met gelaagd veiligheidsglas (eventueel zonwerend). Je kunt natuurlijk ook zelf, geheel naar eigen smaak een overkapping (laten) maken.
Wil je geen vaste overkapping, dan kun je kiezen voor een knikarmzonnescherm. Deze brengt niet alleen tijdens zonnige zomerdagen verkoeling op het terras of balkon, maar helpt ook het binnen aangenaam koel te houden. En bij waterafstotend doek kun je bij een mals regenbuitje nog gewoon lekker nagenieten in je tuin of op je balkon. Laat echter het doek niet te lang nat opgerold zitten, want dan “komt het weer erin”. Bovendien houdt dit scherm ’s avonds, als het frisser wordt, de ideale temperatuur nog lang vast.
Voor de creatievellingen onder ons heb ik nog de volgende tip: op het terras of het balkon is het ook heel leuk om een waterdicht (tent) doek te spannen. Span je dat over staaldraden, dan kun je het aan het eind van de dag weer terug schuiven.

Naar boven


Kindertekeningen

De scholen zijn weer begonnen. Dat vind ik altijd zo’n prachtige kreet. Iedereen weet wat er mee wordt bedoeld. De automobilist realiseert zich, althans dat is te hopen, dat hij niet meer met 80 kilometer per uur door een woonwijk kan scheuren. De meeste ouders zijn over het algemeen dolblij dat ze weer normale weken krijgen, die niet geterroriseerd worden door kinderen die zich stierlijk vervelen. En de leraren beseffen dat hun heerlijk eeuwigdurende vakantie toch ook voor hen tot een einde is gekomen. Alles heeft dus, net als in het echte leven zijn voor- en nadelen.
Eén van die nadelen, of voordelen, dat hangt er vanaf hoeveel kinderen je hebt en hoeveel beschikbare muren, is het feit dat de meeste basisschoolleerlingen al snel thuis komen met de meest prachtige creaties. Trots stappen ze na de eerste schooldag met een mooie tekening onder hun arm op pa of ma af, die bewonderend uitroept: “Wat prachtig” en meteen denkt, waar laat ik dit brouwsel nu weer.
Kijk en daarom wil ik nu eens aandacht schenken aan het origineel ophangen van deze kunstwerken. Om te beginnen raad ik je aan om een bezoekje te brengen aan het grote Zweedse warenhuis met dat blauwgele logo. Snuffel eens rond op de afdeling gordijnroeden en je vindt staaldraad en ophanghaken die je kunt gebruiken. De staaldraden kun je natuurlijk ook in ijzerwarenwinkels krijgen. De draden kun je vervolgens horizontaal of verticaal ophangen. Met knijpertjes, al dan niet van roestvrij staal hang je zo een aantal creaties van je oogappel aan de muur. Gaan ze na enige weken vervelen of zijn er voldoende opvolgers, dan kun je in een handomdraai de boel reorganiseren. Je kunt het jezelf nog gemakkelijker maken door in plaats van knijpertjes kleine magneetjes te gebruiken. Let wel even op je dat je kind de magneetjes niet per ongeluk inslikt, want dat kan desastreuze gevolgen hebben.
Een andere manier om de tekeningen een leuk plaatsje te geven, is gebruik te maken van magneetverf. Deze verf kun je in veel leuke kleuren laten mengen. Schilder een baan met deze verf op de muur, in de hal bijvoorbeeld of in de keuken. Gebruik wederom magneetjes om de tekeningen op te hangen. Het geheel ziet er erg leuk en professioneel uit.
Mocht je nu denken, ja leuk hoor al die magneetjes, maar waar haal ik die vandaan? Google dan op “de sterkste magneten ter wereld” en je komt op een site waar je helemaal blij van wordt.
En je kinderen zijn je eeuwig dankbaar dat je zo je best hebt gedaan om hun mooie creaties een waardevol plekje in huis te geven.

Naar boven


Stijl

Laatst hoorde ik een collega zeggen dat echte stijl vanuit het hart en niet vanuit de portemonnee komt. Ik vroeg haar waar ze die uitdrukking vandaan had en ze vertelde dat haar moeder dat vroeger altijd zei. In haar jeugd kwam ze wel eens bij zeer rijke mensen thuis, zoals een aantal tennisvriendinnen van haar moeder.
Ze keek haar ogen uit bij al dat fraais in die grote dure huizen. Als zij haar moeder daar op wees en aangaf dat zij dat ook maar moesten kopen, kwam haar moeder met deze uitdrukking.
Zij wist wel beter. Echte stijl komt nog altijd uit het hart. Daar kan geen rijkdom tegenop.
Je ziet ze nog wel eens, die interieurs die zo te zien regelrecht uit de toonzaal komen van een duur meubelmerk. Is het daar gezellig, knus? Vaak niet, het blijft iets afstandelijks houden. Net of daar niemand woont. Terwijl een interieur juist een deel van jezelf moet worden, dat je tijdens je leven langzaam opbouwt.
Wat natuurlijk nooit misstaat, zijn een paar interieurklassiekers als je daar van houdt.
Soms sparen mensen jaren om iets moois aan te schaffen. Erg populair zijn de Eames stoelen. Charles Eames en zijn vrouw Ray waren Amerikaanse ontwerpers die rondom de jaren vijftig verantwoordelijk waren voor vele klassieke ontwerpen. En uiteraard ook ontwerpen van Le Corbusier, Pierre Paulin en Arne Jacobsen, ja die van de overbekende vlinderstoel. Altijd leuk om iets van waarde in huis te hebben.
Of wat dacht je van het volgende verhaal? Een tijdje geleden belde een vrouw mij op met de vraag of ik wist waar je mooie American Shutters kon kopen. Ik noemde een aantal bedrijven in de buurt waar ze te koop zijn en vertelde er ongevraagd bij dat ze nogal prijzig waren. Ja, dat wist ze maar al te goed. Ze was er al jaren voor aan het sparen, sterker nog ze had er krom voor gelegen en nu had ze eindelijk het geld bij elkaar. Die shutters moesten er komen, dat stond als een paal boven water.
Hier moest ik aan denken toen mijn collega met haar mooie uitdrukking kwam. Vind je iets echt mooi en heb je er veel voor over, dan kun je helemaal uit je dak gaan als je het eindelijk aan kan schaffen.
Daar staat tegenover dat je natuurlijk ook heel blij kan worden van een tweedehands opknappertje. Of een spotgoedkoop kastje dat je ineens in een bouwmarkt ziet staan.
Dat is trouwens ook reuze handig in tijden van recessie!

Naar boven
Babykamers

Het stond verleden week echt in de krant. De komst van kinderen is vaak duurder dan gedacht. Ouders zijn er vaak financieel niet op voorbereid. Zij staan vaker rood, hebben vaker betalingsachterstanden en halen vaker geld van hun spaarrekening dan voor de gezinsuitbreiding.
Iedereen met kinderen zal beamen dat het krijgen en hebben ervan een hoop geld kost. Dat begint al voor de geboorte. Alles moet worden aangeschaft, het liefst nieuw, want niets is goed genoeg voor de toekomstige wereldburger. Pappa en mamma hebben er zo lang naar uitgekeken, dat er flink in de beurs wordt getast.
Werd het vroeger nog normaal gevonden om met tweedehands spulletjes te beginnen, tegenwoordig moet het, net als de rest van het huis, liefst design zijn. Je gaat je baby, die het zelf overigens geheel ontgaat, toch niet in een oubollig bedje leggen. En die wolk van een baby kun je toch niet op een plank aan de muur verschonen.
Kortom al ver voor de geboorte staan pa en moe rood en moet de spaarrekening worden aangebroken. Daarmee is het hek van de dam, het kind moet ook nog opgroeien.
Daarom een paar tips voor het budgetvriendelijk inrichten van de babykamer.
Begin met een leuk kleurtje, volg je eigen stijl, het hoeft niet per se zachtroze of blauw te worden. Bevestig aan de wand een plank, die rond is afgewerkt. Daarop kun je de baby verschonen. Je kunt de plank ook laten rusten op één of twee kastjes. Als het blad ongeveer zo hoog is als de onderkant van je ellebogen werkt dat het prettigst.
Een bedje of een wieg is natuurlijk een vereiste. Om de kosten te drukken is er misschien nog een familielid met een wieg. Bekleed hem opnieuw of laat een handige tante dat doen. Vinden ze meestal wel leuk als je het vraagt.
Als je meteen voor een bedje kiest, kun je er voor het prille begin nog een hemeltje aan maken. Ligt je baby tenminste een beetje beschermd. Nogmaals de kleine heeft het zelf nog niet door, maar jij wel.
Een leuke stoel erbij is handig om te voeden of om zelf op adem te komen. Kijk eens op internet bij gebruikte spullen, daar is keus genoeg.
Je kunt kiezen voor een kast, maar misschien heb je voorlopig genoeg bergruimte onder het werkblad. Boven dit blad kun je nog wat planken hangen, waarop je allerlei spullen, zoals luiers, kwijt kan.
Op deze manier is de babykamer voor weinig geld ingericht. Nu nog het overige equipement, dat je zo duur kunt maken als je zelf wilt.

Naar boven
Woonmaand

Ben je ook altijd bezig met je huis? Gaat het bij jou na een paar maanden al weer kriebelen, moeten de meubels weer anders staan en krijgen de wanden na elk jaar een ander kleurtje? Dan is oktober vast en zeker jouw favoriete tijd van het jaar. Oktober is namelijk Woonmaand.
Naast de Woonbeurs in Amsterdam, waar je natuurlijk bent geweest, zijn er door het hele land allerlei activiteiten op het gebied van wonen.
Zo zijn er acties van makelaars: Bespaar duizenden euro's door een woning te kopen zonder kosten koper! En zijn er Startersavonden georganiseerd voor alle starters op de woningmarkt. Daarbij worden we doodgegooid met advertenties waarin we lezen dat er zeven redenen om nú een huis te kopen.
Eerlijk gezegd word ik er een beetje moe van. Dat komt hoogstwaarschijnlijk omdat ik het hele jaar beroepshalve bezig ben met wonen. Dat beperkt zich bij mij niet tot de maand oktober. Dat zou een mooie boel worden. Iedereen werkt zich het hele jaar uit de naad en ik zit elf maanden uit mijn neus te eten, behalve in oktober dan mag ik even vlammen.
Waarom is eigenlijk oktober als Woonmaand uitgeroepen? Er wordt beweerd dat veel mensen door het sombere weer de kriebels krijgen om het interieur weer eens te veranderen. Wat meer warmte, kleur en gezelligheid. Zo halen we eigenlijk alles binnen wat we buiten niet veel meer tegen komen in het najaar. Althans als het weer hopeloos herfstachtig en slecht is, want door de klimaatverandering zitten we nu nog regelmatig te genieten van de zon in oktober.
Maar dat neemt niet weg dat na een lange zomer de meest mensen wel weer zin hebben om hun huisje in te gaan. Ik hoor dat ook om me heen. Leuk die lange avonden, waarbij de verkoop van kaarsen en waxinelichtjes weer volop in de lift zit.
Er is uiteraard niets op tegen als je wat nieuws wilt aanschaffen voor je interieur.
Als je gaat woonwinkelen heb ik nog een paar tips. Neem knipsels uit tijdschriften mee, waar je persoonlijke sfeer- en stijlgevoel in terugkomt. Stop een klein kleurkaartje bij je met de verfkleuren van je huis, zo kun je dit altijd erbij houden als je leuke accessoires tegenkomt.
En ook niet onbelangrijk: zorg dat je altijd een rolmaat en een camera bij je hebt.

Naar boven
Kinderkamers

Sinterklaas is weer in het land en ik hoop dat alle kinderen flink worden verwend. Aangezien het tegenwoordig niet meer blijft bij één of twee cadeautjes in de schoen, zullen ook dit jaar veel vaders en moeders zich hoofdschuddend en tandenknarsend afvragen waar hun oogappeltjes het nieuwe speelgoed moeten laten.
Hoe kleiner de kinderen hoe groter het speelgoed zou je haast denken als je goed rondkijkt in de schatkamer van de Goedheiligman.
Kinderen kunnen echter nooit overal tegelijk mee spelen, dus is het aan te raden om te beginnen met een kast met een deur waar de grote stukken in kunnen. Om te voorkomen dat uit het zicht ook uit het hart wordt, kun je af en toe eens samen het speelgoed omruilen.
Helaas zitten die kasten al overvol en de destijds handig aangeschafte bakken puilen al maanden uit. Dus het wordt tijd om nu al flink de handen uit de mouwen te steken, om te voorkomen dat je tussen Sint en Kerst helemaal gestrest raakt.
Omdat de meeste ouders zelf in hun jeugd niet hebben leren opruimen, ja natuurlijk de uitzonderingen daargelaten, vinden ze het moeilijk om het hun eigen kinderen te leren. Maar zo moeilijk is het niet. Je moet het eigenlijk zien als een soort spel. Vertel je kind dat je samen zijn kamer weer gezellig gaat maken, in plaats van dat je loopt te mopperen dat die troep nu eindelijk eens weg moet.
Soms helpt het als je een kleine beloning in het vooruitzicht stelt. En dan bedoel ik niet dat je na de opruimsessie op een holletje naar de speelgoedwinkel rent, maar ga eens naar de film of maak een ritje met de trein.
Kijk eens goed rond op de kamer van je zoon of dochter. Wat staat er al en wat wil je veranderen.
Vanaf een jaar of tweeënhalf, is het verstandig dat bepaalde plekken goed voor hen bereikbaar zijn. Geef je kind kasten met planken waar hij bij kan. Een lage speelgoedkist of dozen (met fotootjes erop van de spulletjes die erin moeten) zet je op de onderste planken of op de grond. Een kind dat zonder hulp de dingen kan pakken die het nodig heeft, heeft het gevoel dat hij zijn kamer onder controle heeft. Dat gevoel vergroot zijn zelfrespect en creativiteit en versterkt zijn zelfvertrouwen.
Leer je kind dat alles een vaste plek heeft en dat het daar na het spelen weer wordt teruggezet. Gooi regelmatig kapotte dingen weg. Laat wel zien dat het weggegooid wordt om te voorkomen dat je kind zich suf zoekt.
Mocht je kind de leeftijd hebben gepasseerd voor een bepaald stuk speelgoed, maar vindt hij het moeilijk om er afstand van te doen? Maak dan een leuke foto waarop hij of zij nog eenmaal met dat speelgoed speelt.

Naar boven
Open Haard

Terwijl ik dit stukje schrijf valt de sneeuw gestaag naar beneden, ligt heel het Nederlandse openbaar vervoer plat, stijgt er op Schiphol zowat geen vliegtuig meer op en staat er 1044 kilometer file op de wegen.
Reden genoeg om lekker gezellig binnen bij de openhaard een goed glas wijn te drinken, eventueel aangevuld met een goed gesprek.
Het toeval wil dat ik juist nu iets wilde schrijven over het hebben van een openhaard.
Veel mensen vinden een openhaard gezellig. Wat de meeste mensen echter tegenhoudt is de verbouwing die eraan vast zit. In woningen zonder schoorsteen of rookkanaal kun je zonder het nodige hak- en breekwerk geen openhaard plaatsen.
Althans als je uitgaat van een traditioneel houtgestookte haard.
Gelukkig is er tegenwoordig veel meer mogelijk. Er bestaat sinds enige tijd een nieuw, gepatenteerd product: de Bio Flame brander.
Dit revolutionaire product is een combinatie van een openhaard zonder rookkanaal met een keramische brander die brandt op een speciaal hiervoor ontwikkelde brandvloeistof. Deze brandvloeistof wordt gefabriceerd in Nederland. Door het absorberende materiaal is de brander zeer zuinig in het gebruik. De combinatie van dit unieke brandsysteem en de brandvloeistof zorgt ervoor dat deze in elke ruimte kan branden zonder het vrijkomen van rookgassen. De losse branders kunnen tevens in een bestaande haard geplaatst worden of kunnen naar eigen creativiteit op andere manieren toegepast worden.
Voor elk interieur is er wel een geschikte ombouw. Zo zijn er hypermoderne haarden. Denk hierbij eens aan een hoekhaard waarbij je aan twee kanten het vlammenspel kan zien of aan een verticale of horizontale haard, als je van strakke lijnen houdt.
Ook losse haarden die op zichzelf staan behoren tot de mogelijkheid. En voor wie van romantische schouwen houdt is er ook volop keus.
Het grote voordeel is tevens dat je deze haarden kunt verplaatsen. Houd je van veranderingen in het interieur, dan zit je goed met een dergelijke haard.
Je kunt natuurlijk ook je openhaard speciaal laten ontwerpen. Je kunt dan precies aangeven wat je mooi vindt en de ontwerper kan dat meenemen is zijn ontwerp, zodat je zeker iets unieks hebt.
Mocht je dus nog geen openhaard hebben en je zit er sterk aan te denken, dan raad ik aan om maar eens snel uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn. Want ik heb vernomen dat we een heel lange winter krijgen!

Naar boven
Trends

Volgens de laatste berichten van de vakbeurs in Duitsland moeten we ons meer gaan richten op de natuur, kwaliteit, individualiteit en handwerk. Toe maar, dat is een hele mond vol, ga er maar aan staan.
De trends voor 2010 zijn gebaseerd op de inspirerende schoonheid van de natuur volgens de kenners. De eenvoudige materialen die ons dagelijks omringen staan model voor nieuwe ontwerpen. Waar heb ik dat eerder gehoord? Voor iedereen die wel eens in Barcelona is geweest komt dit misschien bekend voor. Deed Gaudi dit ook al niet in zijn tijd. En is hier de Jugendstil of de Art Nouveau ook niet op gebaseerd? Om nog even het geheugen op te frissen. In de Franssprekende landen noemen we het Art nouveau, terwijl Jugendstil wordt gekoppeld aan Oostenrijk en Duitsland. In het Nederlands zijn beide aanduidingen in gebruik.
Maar dit terzijde. Nu mogen we ook weer teruggrijpen op bloemen, planten en materialen als steen, hout, zand, wol en katoen. Ook de kleuren die hierbij horen, zoals alle bruintinten, variërend van cognac, camel, nootmuskaat, chocolade tot oranjebruin kunnen weer naar hartenlust worden toegepast. Dit zijn natuurlijk weer net andere tinten bruin als de bruintinten die in de donkere zeventiger jaren zo populair waren. Mocht je het niet zo op bruin hebben, denk dan meer aan de vergrijsde bruintinten.
Tot zover de natuur. Dat alles van een goede kwaliteit moet zijn, daar kunnen we ook wel iets bij bedenken, maar wat moeten we ons voorstellen bij individualiteit? Als ik de trends van de afgelopen pakweg twintig jaar erop nasla, staat er elk jaar wel iets geschreven over individualiteit in wonen. Dus naar mijn idee kunnen we dat woord gewoon weglaten of er van uit gaan dat zolang we maar individualiteit uitstralen in onze woning geheel voldoen aan de laatste trends!
En dan het handwerk. Daarmee bedoelen ze ongetwijfeld de grote gebreide kussens en poefs die je over ziet verschijnen in woontijdschriften en interieurzaken. Ze zien er heel leuk en warm uit en als je een beetje handig bent maak je ze zo zelf. En uiteraard zijn natuurlijke materialen zoals wol, katoen en linnen in de rest van het interieur terug te vinden in de gordijnen, de vloerkleden en de kussens op de bank. Om alles mooi tot zijn recht te laten komen mag er wel wat wit bij. Hoogglans witte accessoires passen hier goed bij en houden je interieur fris en licht. Mocht je nu denken, hè wat saai allemaal dat grijsbruine met wit, mag er dan helemaal geen kleur meer bij, dan kan ik je gerust stellen. Volgend seizoen wordt er ongetwijfeld weer op een of andere beurs naar de nieuwe trends gevraagd en dan zal zeker paars of lila weer helemaal terug zijn. Maar het kan ook net zo goed felrood of oranje zijn, daar ben ik nog niet helemaal uit.

Naar boven
Van rommelzolder naar leefruimte

Wist je dat in ruim 70 procent van alle gevallen de zolder wordt gebruikt als rommelhok? Deze ruimte is de minst bezochte plek in huis. Veel zolders zijn donkere ruimtes die inderdaad worden volgestouwd met overbodige spullen. Jammer, want een leefbare zolder vergroot de woonoppervlakte van het huis en dat betekent een waardestijging van de woning. Aan de slag dus met die zolder!
Natuurlijk hebben velen van ons nostalgische gedachten als het gaat over de zolders vroeger bij oma thuis. Daar kon je op regenachtige middagen heerlijk je fantasie de vrije loop laten. Je haalde uit de verkleedkisten ridderpakken en prinsessenjurken en voerde zo hele toneelstukken op. Niks mis mee als je nog zo’n zolder bezit, maar je kunt natuurlijk overwegen om er een extra leefruimte van te maken.
Ga eerst eens nadenken over de bestemming van de zolderruimte. Wordt het een logeerkamer, babykamer, werkkamer of toch liever een badkamer? En is dit toegestaan? Want volgens het Bouwbesluit mag officieel niet zomaar alles. Helaas zijn er regels in vastgelegd voor het gebruik van de zolder als verblijfsruimte. Je zolder moet een minimale afmeting hebben van vijf vierkante meter en moet minstens tweeënhalve meter hoog zijn. Een vaste trap, daglicht en voldoende ventilatie zijn ook verplicht.
Als je de functie hebt bepaald ga je aan de slag. Allereerst moet de zolder natuurlijk worden opgeruimd. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Om je op weg te helpen raad ik je aan om van te voren te plannen hoelang je maximaal bezig bent per dag. En beloon jezelf als je bijvoorbeeld drie keer bij de reiniging of de kringloop bent geweest. Zo wordt die opruimklus misschien nog een leuke vrijetijdsbesteding. En je kunt tevens een paar keer de sportschool overslaan.
Vervolgens ga je de indeling maken. Benut alle hoekjes, zoals loze ruimtes onder schuine wanden, de knieschotten. Hier kunnen kasten worden gemaakt met schuifdeuren, zodat je er altijd gemakkelijk bij kan.
Het mooiste van een zolderkamer is de lichtinval. Kies je voor een dakkapel dan creëer je letterlijk meer ruimte, maar wil je de verbouwing wat beperken dan is een dakvenster een heel goede optie. Door de schuine raampartij ontstaat er een unieke lichtinval van bovenaf. En je zult tot je vreugde ontdekken dat licht ruimte maakt en dat scheelt je ook nog in je portemonnee.

Naar boven
Ruimte Indelen

Veel mensen vinden het moeilijk om in hun nieuwe huis een lege ruimte goed in te delen. Elke ruimte is uniek en moet allereerst worden beoordeeld op basis van haar pluspunten en tekortkomingen. Je kunt elke ruimte in huis natuurlijk apart gaan indelen, maar je kunt je huis ook als een eenheid beschouwen. Toch geef ik meestal het advies om te beginnen met het concentreren op één kamer.
Kijk eerst eens naar de afmetingen van de ruimte, naar de lichtinval. Is het een kleine of een grote ruimte? Wat wil je er gaan doen en is de ruimte er geschikt voor? Nadat je de kamer met het blote oog hebt beoordeeld, is het handig om een en ander op papier te zetten. Echt, het helpt je enorm om op papier de ruimte te beoordelen. Geef alle vaste elementen aan, zoals deuren, ramen, openhaard en tussenmuren. De meubels die je erin wil gaan zetten teken je op een ander vel papier en knip ze uit.
Dan ga je schuiven. Niet onbelangrijk is het om de looplijnen uit te zetten. Daarmee bedoel ik: staan de meubels zo opgesteld dat je je vlot en gemakkelijk kunt bewegen? En is het geheel in balans? Met andere woorden: staat alles naar je zin en past het formaat van de meubels goed bij elkaar?
Een grote vierkante ruimte is vaak moeilijker in te delen dan een kleinere overzichtelijke ruimte. Houd dus rekening met de afmeting van de meubels wanneer je deze nog moet aanschaffen. Maar ook als je al bestaande meubels hebt, is het zeker niet de bedoeling dat je ze allemaal gaat gebruiken. Soms moet je, met pijn in het hart afstand doen van bepaalde spullen, omdat ze echt niet meer passen in je nieuwe huis.
Ben je inmiddels gehaaid in het tekenen van plattegronden van verschillende ruimten in je huis, kijk dan ook eens kritisch naar de tussenruimten, zoals de hal en de gang. Dit zijn ruimten die we vaak vergeten, omdat we daar meestal niet lang verblijven. Toch beïnvloeden ze wel de sfeer van je huis. Vooral de entree is een echte binnenkomer en vertelt net zo veel over de bewoners en de stijl van hun huis.
Helaas is in de meeste nieuwbouwhuizen de hal een ondergeschoven kindje, maar met de juiste kleuren en decoraties kun je er toch een volwaardige ruimte van maken.
En vergeet in de hal zeker niet de grote spiegel. Het verruimt niet alleen, maar zowel jij als je bezoek wilt toch voor je het huis verder ingaat of weer verlaat stiekem een blik werpen op jezelf om te zien of alles er nog aan zit!

Naar boven
Verandering

Ik ga in dit stukje eens lekker op de stoel zitten van de psycholoog. Ik hoop wel dat het een leuke stoel is en dat het mijn smaak is, want ik ben van plan om er wel even op te blijven zitten.
We gaan eens op onderzoek uit. Waarom zijn sommige mensen nooit tevreden met hun eigen woonomgeving? Waar komt die onrust vandaan?
Er bestaan mensen die altijd aan het verbouwen zijn, wekelijks de meubels een ander plekje geven of eindeloos zoeken naar een ander huis, al zijn ze net verhuisd.
Ben jij zo iemand die altijd bezig is de muren een ander kleurtje te geven, tot ’s avonds laat zit te surfen op Funda of eeuwig je huis aan het herinrichten bent, lees dan vooral verder.
Of ben jij er zo een die al panisch wordt bij de gedachten aan verhuizen, je meubels voor de eeuwigheid koopt en zuchtend wegzapt bij woonprogramnma’s, lees dan ook dit stukje. Je zult versteld staan dat er zoveel mensen zijn die er anders mee omgaan.
Het gaat volgens de deskundigen vooral om het fenomeen onrust. Als je van nature onrustig bent, het moeilijk vindt om over jezelf na te denken, dan wil je het liefst voortdurend bezig zijn. Dat kan zich dus uiten in de drang om te speuren naar een andere leefomgeving. Maar het komt ook voor je alsmaar op zoek bent naar de flow. Ik bedoel daarmee dat je hoe dan ook creatief bezig wilt zijn, bijvoorbeeld door het verbouwen van je huis. Is de klus eenmaal geklaard, ga je onmiddellijk weer door met het volgende project. Valt er niets meer te verbouwen, dan wordt er dus gezocht naar een ander huis.
Het kan ook zijn dat je voortdurend zoekt naar spanning in je leven. Verwacht je op een bepaald moment geen grote veranderingen meer, dan zorg je wel dat er iets gaat veranderen. De één neemt een nieuwe partner, maar ja dat is ook weer zoiets, dus ga je maar weer eens verhuizen of bouwt een serre aan je huis.
En dan heb ik het nog niet gehad over springerige, impulsieve mensen. Die kunnen spontaan zin krijgen in een nieuw huis. Lopen ze in een leuk dorpje, zien ze een bord in een tuin staan en hup, zitten ze de volgende ochtend al bij de plaatselijke makelaar.
Verslaafd aan verandering dus. Daar komt het op neer. Ik ben blij dat er een verklaring voor is en dat ik weer mag opstaan uit de stoel van de psycholoog. Misschien loop ik zo wel even door mijn huis om te kijken of er nog iets te veranderen valt.

Naar boven


Inrichting kan stemming beïnvloeden

Er is wel degelijk een reden voor waarom de bovenste appartementen van een gebouw altijd als eerste worden verkocht of waarom we onze bank het liefst tegen de muur zetten. De diepere betekenis erachter is dat we ons het prettigst voelen op die plekken waar we de omgeving kunnen overzien, maar waar we tegelijkertijd beschutting vinden. Wat dat betreft zijn we net dieren, die willen ook graag overzicht en veiligheid.
We willen ook privacy, zoals dikke muren, zodat we gesprekken kunnen voeren en geluiden maken, zonder dat de buren het horen. En onze voordeur heeft niet alleen een goed slot, maar ligt ook een beetje verscholen achter een struik of plantenbakken, om te laten zien dat er sprake is van een privédomein.
Zo worden we als het om wonen en inrichten gaat, behoorlijk geleid door instinctieve behoeftes. Wanneer je dus je huis wilt inrichten en je wilt weten in welke sfeer je dat het beste kunt doen, neem dan eens een plaats in gedachte waar je je het fijnst voelde.
Was dat bijvoorbeeld op dat zonovergoten eilandje in de Stille Zuidzee, dan hoef je de vloer uiteraard niet vol te storten met zand en je wand te behangen met een levensgrote poster van een onbewoond eiland, maar je kunt misschien de kleurcombinatie gebruiken.
Houd altijd voor ogen dat de ruimte waar we vaak verblijven onze stemming behoorlijk kan beïnvloeden. Je kunt bijvoorbeeld heel sip worden van een verkeerd gekozen behangetje of uiterst vrolijk van een streep zonlicht dat op de juiste plaats je huis binnenvalt. Het gekke is dat wij vaak niet goed kunnen verklaren waardoor we ons niet prettig voelen in een bepaald vertrek. Het is ook lastig en je kunt er wel allemaal theorieën op loslaten, maar elk individu reageert er weer anders op.
Zo weet iedereen dat rommel in je huis niet goed is voor je welzijn. Maar wat voor de één rommel is, straalt voor de ander gezelligheid of functionaliteit uit.
Laatst zag ik bij een klant een enorme hoeveelheid beeldjes, potjes, vaasjes en nog veel meer snuisterijen staan. De bewoonster riep al lachend bij binnenkomst dat ze graag al haar meubels wilde vernieuwen, een kleur- en verlichtingsadvies wilde hebben, maar dat ze daarna al haar rommel, zoals ze het zelf typeerde weer zou neerzetten.
Ik bedoel maar.
Laat je leiden door je eigen gedachten en gevoelens bij het inrichten van je huis. Dan krijg je vanzelf het besef dat je ook echt kunt thuiskomen.

Naar boven


Meer ruimte door daglicht

Er bestaan mensen die dingen doen die het daglicht niet kan velen. Mooie uitdrukking vind ik dat. Wij willen liever niets te maken hebben met deze duistere praktijken. Gelukkig willen de meeste mensen juist graag daglicht zien. Want daglicht is het mooiste licht dat er is.
Het daglicht bestaat uit zowel het directe licht van de zon, als het indirecte licht dat via de atmosfeer en de wolken diffuus de aarde bereikt.
Dat licht belangrijk is, weet iedereen. Zonder enige vorm van licht kunnen wij immers geen hand voor ogen zien. Vandaar dat als het donker wordt wij de lamp aansteken.
Maar daglicht biedt een aantal voordelen boven kunstlicht. Daglicht beïnvloedt onze biologische klok, het zorgt ervoor dat we ons gelukkig en gezond voelen. Bovendien stimuleert daglicht de aanmaak van vitamines door ons lichaam.
Kijk, met die wetenschap kunnen we natuurlijk wat.
Wat zou het heerlijk zijn als we in ons huis de hele dag volop kunnen genieten van de lichtinval.
Ramen rondom doen al een hele hoop, maar als je niet beschikt over een huis met aan alle kanten ramen, kun je soms behoorlijk donkere plekken in huis hebben.
Hoe kun je nu optimaal genieten van de lichtinval? En zou je er ook iets aan kunnen veranderen?
Om de lichtinval maximaal te benutten kun je gebruik maken van daglichtsystemen. Dit is een variant op lichtkoepels. Deze systemen brengen daglicht naar ruimtes zonder direct lichtinval. Dit gebeurt door middel van een buizensysteem aan de binnenzijde bekleed met spiegels. Zo kun je bijvoorbeeld op het dak licht opvangen en via de zolder naar een ruimte transporteren. De flexibele buizen laten toe om bochten te maken of het licht door een andere ruimte te transporteren.
Deze daglichtconstructies dragen, evenals lichtkoepels en lichtstraten bij aan een optimaal leefklimaat.
Licht geeft ruimte, dat is zo klaar als een klontje. Heb je bijvoorbeeld nog een donkere zolder die je bijna niet gebruikt, overweeg dan eens om daar een dakvenster in te zetten. Je zult versteld staan van de ruimte die er ontstaat. En twijfel je nog tussen een kantelraam of een uitzetraam? Neem voor het gemak een uitzetraam. Bij deze variant komt het raam niet hinderlijk naar beneden en je kunt veel handiger naar buiten kijken. En niet onbelangrijk voor poetsers: in de kantelstand kan ook nog eenvoudig het raam gelapt worden!

Naar boven


Gevoel voor styling

Het blijkt voor velen behoorlijk lastig te zijn om tot een goede en smaakvolle inrichting van hun huis te komen. Dat merkte ik de afgelopen weken weer tijdens de cursussen Interieurstyling die ik regelmatig geef.
Sommige mensen hebben van nature een goed gevoel voor styling. Zij zetten op de juiste plaats de juiste meubels neer en vullen hun interieur aan met fraaie accessoires om tot een passend geheel te komen. Maar helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Veel mensen worstelen met de indeling van de ruimte, het plaatsen van de meubels en vinden het moeilijk om de puntjes op de i te zetten.
Toch kun je dat gevoel voor styling ontwikkelen door veel en heel goed te leren kijken. Vooral naar vormen, verhoudingen, ritmes, structuren, lijnen en contrasten.
Steeds opnieuw proberen en te schuiven totdat je tevreden bent is niet alleen boeiend en leuk, maar geeft voortdurend nieuwe invalshoeken en eindeloze mogelijkheden met dezelfde spullen.
Wat is nu precies het gevoel dat je erbij moet hebben?
Als je ergens een ruimte binnenkomt en je overziet wat er staat, dan komt dat op een bepaalde manier op je over: is er rust, is er harmonie, ziet het er spannend of saai uit, is er ruimte of staat alles rommelig dicht op elkaar? Kun je er ongestoord mijmeren, lezen, werken of zijn er teveel dingen waaraan je oog zich ergert en waardoor je onrustig wordt?
Wat die harmonie betreft moet je je afvragen of er een zekere eenheid van sfeer is tussen de meubels en de voorwerpen?
Dat wil niet zeggen dat alles altijd dezelfde stijl moet hebben. Liever niet zou ik zeggen. Een mix van stijlen kan vaak grappiger zijn dan een uitgekiend geheel in één specifieke stijl. Ga voor het idee maar eens kijken in een meubelspeciaalzaak, waar ze alleen bepaalde soorten merken verkopen; zoiets ziet er om in te wonen oninteressant uit. Echt een toonzaal dus.
Het allerbelangrijkste is en blijft, dat je een sfeer creëert die helemaal de jouwe is en aan jouw persoonlijkheid alle recht doet. Durf te experimenteren met kleur en materialen. Je zult versteld staan wat je allemaal in huis hebt.
En niet vergeten: Styling is ook de kunst van het weglaten. Dus alle overbodige troep het huis uit!

Naar boven


Verbouwen

Van de week hoorde ik op het nieuws dat er steeds meer Polen terugkeren naar hun eigen land. De reden zou zijn dat er door de economische crisis minder werk voor hen is. Poolse werknemers staan er voornamelijk om bekend dat ze niet alleen goed zijn in metselen, schilderen en stuken, maar het ook veel voordeliger doen dan hun Nederlandse collega’s. En ja wij blijven Hollanders en die willen graag voor een dubbeltje op de eerste rang zitten.
Als er ergens een verbouwinkje aan de gang was, kon je er donder op zeggen dat er Polen aan het werk waren. Wat kunnen die jongens buffelen. Vooral het geweldige stucwerk gaf ze een enorme bekendheid. Maar nu ze allemaal weer terug zijn, lijkt het erop dat wij met de slechte muren blijven zitten.
Trouwens niet alleen met ongestuukte muren, maar met een heel huis dat op instorten lijkt te staan. En dat komt allemaal door die hinderlijke recessie die ons allemaal treft. Als je wilt verhuizen raak je je huis niet kwijt. En als je dan besluit om te gaan verbouwen is er geen Pool meer te vinden die je uit de brand helpt.
Dat betekent dat je twee dingen kunt doen. Je kunt weer gewoon een Nederlandse aannemer in de arm nemen of het zelf gaan doen.
Dat laatste is natuurlijk niet voor iedereen weggelegd, maar het is nooit te laat om het eens te proberen. Zo las ik laatst dat er zelfs door het hele land klusworkshops speciaal voor vrouwen worden gehouden. Nou, waar wacht je nog op.
Bij ons thuis wordt het meeste zelf gedaan, maar aan stuken ga ik mij echt niet wagen.
Gelukkig zijn mijn muren een aantal jaren geleden onder handen genomen door een stukadoorsbedrijf afkomstig uit het bekende vissersdorp, dat bekend staat om zijn palingsound en zijn hechte gemeenschap.
Om zeven uur stonden ze voor mijn deur. Het eerste dat naar binnen werd gedragen was een enorme gettoblaster, die zelf ook onder een dikke laag stuc verborgen was. Het bleek de vorige avond erg gezellig geweest op de kermis en van de kegel gingen spontaan mijn muren rechtop staan. Het leek voor hen een fluitje van een cent, want toen ik na een uurtje of drie, nadat ik noodgedwongen was gevlucht, weer thuis kwam waren ze al bijna klaar.
Zelf klussen kan leuk zijn, maar het laten doen is soms slimmer en er zijn gelukkig in heel Nederland nog volop vaklui te vinden!

Naar boven


Huis te koop

Pas geleden lag er nog volop ijs en stonden we massaal op de schaats. Het leuke van schaatsen is dat je de wereld eens van een heel andere kant bekijkt. Zo gleed ik over sloten en plassen door ons mooie Waterland. Tussen het riet bereikte ik het een na het andere pittoreske dorpje. Wat een hoop fraaie huizen staan er in onze rijkelijk door water omgeven streek. En wat staan er veel van deze huizen te koop! Ik heb nog nooit zoveel verschillende bordjes met “te koop” gezien.
Natuurlijk lees ik kranten en kijk naar het journaal, dus ik weet heus wel dat dit allemaal de schuld is van de nare crisis die ons en masse lijkt te treffen, maar als je het dan met eigen ogen aanschouwt is het toch wel definitief.
Wat kun je nu doen als je huis te koop staat en er komen geen kopers? Je kunt uiteraard bij de pakken neer gaan zitten en niets doen, hopend dat er ineens iemand voorbij komt die als een blok valt voor je huis. Maar misschien moet je toch wat actiever worden als je je huis wat sneller wilt verkopen.
Probeer in eerste instantie met de ogen van een buitenstaander naar je huis te kijken. Dat begint al aan de buitenkant. De tuin, het balkon, de schuur en de oprit moeten er opgeruimd en verzorgd uitzien. Geen overhangende takken of fietsen die in de weg staan.
Bij binnenkomst zijn er een aantal zaken die je niet over het hoofd moet zien. Zo is een aangename geur bij het betreden van een huis van essentieel belang. De bekende geur van een appeltaart in de oven is voor velen afgezaagd, maar werkt nog altijd goed. Net als een vers boeket bloemen op tafel. Gebruik echter geen geurverfrissers, daar zijn de meeste mensen allergisch voor! Net als een overheersende hondenlucht trouwens.
Als je je huis te koop aanbiedt, moet je het huis laten zien en niet je leven. Verwijder daarom zoveel mogelijk alle persoonlijke spullen. Geen fotolijstjes met koddige familiekiekjes, geen verzamelingen, beeldjes en andere prullaria. In een doos ermee en wegzetten tot je in je nieuwe huis woont. Daar mag je alles weer naar lieverlee uitstallen.
Let vooral ook op in de badkamer en de slaapkamer. Het zijn al van die privé-vertrekken, daar moet je dus vooral niet de nadruk opleggen. Dus geen toiletspullen in het zicht en de klep van de WC bril dicht!
Het bed moet er aantrekkelijk uitzien. Gooi er even een nieuw dekbedhoes tegenaan en laat geen spullen achter op de nachtkastjes.
Houd verder je woonkamer zo neutraal mogelijk. Haal desnoods een paar meubelstukken weg, zodat het geheel ruimtelijker overkomt of maak snel een afspraak voor een interieuradvies om tot een snellere verkoop van je huis te komen.

Naar boven


Samenwonen

Hoe kun je het interieur zo persoonlijk mogelijk maken en dat karakter geven waardoor het zich onderscheidt?
Als je het goed doet kun je de juiste sfeer creëren door een mix van oude en nieuwe meubels en accessoires. Het is altijd grappig wanneer je aan het interieur kunt zien waar mensen van houden. Zo geven foto’s en boeken vaak aan hoe het verleden van de bewoners er uit ziet. Maar ook oude schilderijen of een mooi afgeleefd kastje laten zien wie er in het huis wonen.
Natuurlijk moet je geen dingen in huis halen die je niet mooi vindt en die je alleen maar uit een soort plichtsbesef of schuldgevoel in de kamer zet.
Haal alleen spullen in huis waar je echt van houdt. Jij bent ten slotte degene die er naar moet kijken en niet de visite. Die mógen het mooi vinden, maar het hoeft niet.
Als je gaat samenwonen en je hebt allebei al een interieur, dan kan dat best wel eens lastig worden. Je kunt natuurlijk helemaal opnieuw beginnen en alles nieuw kopen, maar dan zul je na verloop van tijd toch merken dat er iets ontbreekt, namelijk persoonlijkheid.
Ieder mens heeft wel een voorkeur voor een bepaalde stijl. Zo zal de een zich prettig voelen bij een romantische stijl en de ander meer bij een wat strakkere stijl. Betekent dat dan dat je dat samenwonen wel kunt vergeten? Wel, als de liefde niet zo diep zit zou ik zeggen: trek op dat moment een dikke streep onder de relatie, maar wil je toch verder met elkaar, dan moet je proberen er een geheel van te maken.
Ga met elkaar rond (een van de) tafels zitten en maak een lijst met wat er meegaat of blijft en wat er weg kan. Zo houden jullie een aantal zaken over. Staan er spullen op de blijflijst die de ander foeilelijk vindt, dan mogen deze spullen bijvoorbeeld naar een aparte kamer. Zo kan een kastje of stoeltje dat uit een erfenis komt een speciale emotionele lading hebben, daar kun je dus begrip voor hebben, maar het is ook niet nodig dat je er de hele dag tegenaan moet kijken.
En niet iedereen ziet de noodzaak in van wat er zoal aangeschaft moet worden. Maar een beetje schipperen kan geen kwaad, evenals een dosis humor. Ooit kwam ik eens bij iemand die wees naar de hoek van de kamer waar een antiek kastje stond. Kijk, zei hij, daar staat mijn surfplank. Tja, in dit geval had de vrouw des huize de strijd gewonnen, maar ik geef je op een briefje dat het andersom ook regelmatig voorkomt!

Naar boven


Kleine ruimte groots aanpakken

Als je de beschikking hebt over een kleine ruimte moet je creatief zijn. Volgens één van de vele woonprogramnma’s op televisie schijnt het niet erg moeilijk te zijn als je nog geen veertig vierkante meter hebt om je huis functioneel maar toch gezellig in te richten.
Dat kan nu wel zo zijn, maar ga er maar aan staan. Niet iedereen is van nature fantasievol bij het inrichten van zijn huis.
Wat ik al jaren zie en hoor is dat de meeste mensen hun ruimte te vol proppen. Dat is vaak het grote probleem. Begin je met zijn tweeën op een leuk appartementje, dan wil het nogal eens voorkomen dat er meteen twee en driezitsbanken en een grote eettafel neer wordt gezet. Met het liefst zes stoelen, want dat staat zo gezellig.
En er moet natuurlijk ook het een en ander worden opgeborgen, dus zijn er kasten nodig.
Kortom binnen de kortste keren staat de kamer barstensvol en is er nauwelijks plek om te lopen, laat staan om te genieten van die meestal duur aangeschafte meubels.
Wat je wel kan doen in een kleine ruimte is ruim denken. Je kunt bijvoorbeeld best één lekkere grote hoekbank neerzetten, met een hocker die meteen dienst doet als bijzettafel.
Dit is je zithoek, meer niet. Mooi kleed erbij en je hebt voor jezelf en je eventuele partner genoeg zitplaats.
Eet je altijd met je bord op schoot voor de TV, dan heeft een grote eettafel weinig zin. Een klein eettafeltje met twee stoeltjes is dan groot genoeg. Mocht je eens een aantal vrienden uitnodigen voor een gezellig etentje, zorg dan dat je een paar schragen en een flinke plank in je bergruimte hebt staan. Of kies een uitschuiftafel. Ook altijd handig.
Wees ook voorzichtig met te veel verschillende kleuren en drukke patronen. Donkere warme kleuren maken een kamer kleiner, lichte kleuren geven ruimte. Maar je kunt best een wandje een afwijkende kleur geven, dat maakt het geheel ook spannend.
In ieder geval is verlichting belangrijk en niet alleen in een kleine ruimte. Zorg dat er geen donkere hoeken ontstaan. Is er sprake van een open of halfopen keuken, zorg dan daar de verlichting daar ook goed is. En kijk je vanaf de woonkamer in de hal, laat daar dan ook een klein lampje branden, dat verruimt en je kijkt niet in een donker gat.
En wat die bergruimte betreft: als je niet veel hebt, hoef je ook niet veel op te bergen. Ga dus kritisch om met alles wat je nog gaat kopen. Bedenk dat de roes van het aanschaffen vaak belangrijker is dan het nut van de spullen zelf!

Naar boven


Je kind op kamers

Het zal je maar gebeuren. Je kind gaat op kamers en jou wordt gevraagd om te helpen bij de inrichting. Sterker nog: er wordt min of meer van je verwacht dat je het doet. Voor je zoon of dochter is het vanzelfsprekend dat jij de hele inrichting voor je rekening neemt.
Als je goed oplet zie je dezer dagen moeders met dochters shoppen op afdelingen van warenhuizen, waar ze handdoeken, pannen en andere huishoudelijke zaken verkopen.
Vaders lopen meestal met een wat sjokkende zoon achter zich aan door de bouwmarkt om een paar planken uit te zoeken voor een boekenkast. Want bij studeren horen boeken en die moeten keurig worden opgeborgen. Dat die boeken even later, vlak nadat de boekenkast eindelijk waterpas aan de muur is opgehangen, dwars door de kamer verspreid liggen en dikwijls gewoon op bed, vertelt niemand je van te voren.
Op de planken van de boekenkast staat wel binnen de kortste keren een verzameling aan bierpullen of asbakken, als trofeeën uitgestald.
Enkele honderden euro’s later en opgezadeld met het bekende lege-nest-syndroom ga je vol goede moed bij je studerende nageslacht op bezoek. Meestal slaat de schrik je al bij de ingang om het hart. Wat een zooitje hebben ze er van gemaakt. Zonde van die leuke meubeltjes die je zorgvuldig hebt uitgezocht bij dat bekende Zweedse warenhuis. Waar je overigens nooit meer komt. Dat heb je jezelf plechtig beloofd, de laatste keer dat je er was!
Zuchtend moet je constateren dat de vroegere sinaasappelkistjes, waar je zelf vroeger van die leuke kastjes van maakte niet meer te krijgen zijn. Het kostte niks en het zag er wel heel creatief uit.
Nee, nu gaat de jeugd ervan uit dat wanneer er op zichzelf gewoond gaat worden er meteen met een verantwoord interieur wordt gestart. Jij denkt toch niet dat ze nog iemand met goed fatsoen kunnen uitnodigen op hun kamer die er niet uitziet. En dat wil je als ouder natuurlijk niet dat ze op sociaal gebied uit de boot vallen. Dus wordt er diep in de buidel getast. Zoveel heb je wel voor je kroost over.
Gelukkig bestaan er nog heel leuke meubels voor weinig geld. Niet alleen in dat eerder genoemde warenhuis met dat geelblauwe logo, maar ook bouwmarkten hebben aardige spulletjes. En wat dacht je van het internet. Laat je oogappel eens rondsnuffelen. Voor een prikkie kun je tweedehands spullen aanschaffen, vaak nog zo goed als nieuw.
Het enige dat je dan nog hoeft te doen als ouder, is je auto uitlenen of zelf op en neer rijden om de spullen op te halen en weg te brengen.
Maar ja, je moet wat over hebben voor je op kamers wonende kind!

Naar boven


Vakantiesfeer

Over een paar weekjes zit de echte vakantietijd er weer op. De meeste mensen keren weer terug naar hun vertrouwde stekkie. Slechts een aantal hebben het nog voor de boeg.
Voor diegene die vakantie buitenshuis ervaren als een doorbreking van de dagelijkse sleur, is het fijn om thuis te komen en nog een tijdje dat ultieme vakantiegevoel vast te houden.
Je kunt je huis bijvoorbeeld decoreren met kleuren die in je vakantieland gebruikelijk zijn. Misschien heb je wat souvenirs meegenomen. Zet die dan bij elkaar om er zodoende een leuk hoekje van maken. Als je ze lukraak neerzet in je kamer, vallen ze een beetje weg. En dat is jammer.
Op je vakantiefoto’s kun je goed zien wat de kleuren van het land waren. Heel leuk is het om wat wissellijsten in je hal op te hangen, waar je telkens na een vakantie weer andere foto’s in kunt hangen. Vergeet niet de passe-partouts aan te passen aan de kleuren van de foto’s.
Wil je het nog grootser aanpakken, schilder dan een muur in je woonkamer of een ander vertrek in de kleuren van het land waar je op vakantie was. Zet daar tevens de souvenirs bij en hang eventueel de foto’s hier op. Vind je het teveel werk om een hele muur te schilderen of durf je het eigenlijk niet, dan kun je ook gebruik maken van een paneel.
Zo’n kleurpaneel is een uitkomst. Heb je zin in een andere sfeer, dan schilder je hem over en je kamer is als nieuw.
Maak de kleurpanelen van lichtgewicht hout zoals triplex.
Je kunt ze verven, met stof bekleden of zelfs behangen. Bevestig aan de achterkant een balkje, zodat het paneel iets naar voren komt en er daardoor wat robuuster uit ziet. Bovendien kun je er een of meerdere lampjes op maken en de snoeren mooi wegwerken.
Op de panelen kun je fotolijsten monteren voor je wisselende collectie.
Je kunt de panelen aan de wand vastmaken of los neerzetten en er een bank, stoel of bed tegenaan zetten.
Wat natuurlijk ook een leuk effect geeft, wanneer je er een open kast voorzet en de schappen gebruikt om je vakantiesouvenirs in te bewaren.
Zet lekker het Cd’tje op met muziek uit het land waar je zo’n heerlijke tijd hebt gehad. En eet nog een tijdje de streekgerechten. Zo blijf je nog een hele poos in die heerlijke vakantiesfeer.

Naar boven


Energie door je huis

De plaats van de meubelen heeft de grootste invloed op de manier waarop de chi in het interieur rond beweegt. Mocht je niet direct snappen waar ik het over hebt, dan zal ik aan de hand van wat voorbeelden uitleggen wat ik hiermee bedoel.
De indeling van een bepaalde ruimte houdt direct verband met hoe we ons voelen. De ene mens is hier uiteraard gevoeliger voor dan de ander, maar dat neemt niet weg dat we ons wel kunnen voorstellen dat het voor iedereen in min of meerdere mate opgaat.
Er zijn om te beginnen enkele simpele richtlijnen: zet alleen meubilair en spullen neer waar je echt van houdt. Alles wat een negatieve associatie heeft ( misschien omdat je het geërfd hebt van een familielid waar je eigenlijk een hekel aan had, of dat het er nog stond van de vorige bewoner ) legt beslag op je energie omdat je er de hele tijd tegenaan moet kijken.
Probeer eens wat weg te doen of te vervangen zodat je uiteindelijk alleen nog wordt omringd door dingen die je blij maken.
Zorg ook dat alles wat kapot is zo snel mogelijk wordt gerepareerd. Denk maar eens aan dat kapotte lampje. Laat dat niet weken zitten, maar vervang het onmiddellijk.
Maar nu even terug naar de chi ofwel de energiestroom in je huis. Zorg altijd dat de energie vrijelijk door je huis kan stromen en er geen belemmeringen zijn.
Begin eens bij je voordeur en je hal. Als je dagelijks thuiskomt en je amper door je voordeur naar binnen kunt en bijna niet door je gang kunt lopen van de rotzooi, moet je niet verbaasd zijn dat je elke dag met zo’n sik je huis inkomt.
Je ergert je als het ware groen en geel aan de belemmeringen in je hal. We spreken dan van een verstoring van de energiestroom ofwel de chi.
Volgens de Feng Shui is de chi-energie die wordt opgenomen uit de omgeving regelrecht van invloed op stemmingen, emoties, lichamelijke energie en gezondheid.
Als ik nog even mag doorgaan, dan wil ik er ook nog op wijzen dat de chi meanderend door de voordeur moet kunnen komen, rustig door je huis moet kunnen stromen en aan alle plekken even aandacht schenken, om daarna zijn weg naar buiten te vervolgen.
Heb je inmiddels het gevoel dat het je duizelt, geen nood, er zijn genoeg boeken geschreven over Feng Shui en je kunt natuurlijk ook altijd nog een cursus gaan volgen.

Naar boven


Een Aanbouw

Wanneer je van plan bent om een stuk aan je huis te bouwen, is het verstandig om van te voren te bedenken wat je met die ruimte wilt gaan doen. Door in dit vroege stadium al te bepalen waar bijvoorbeeld de eethoek komt of de aparte zithoek, kun je precies zien waar deuren, ramen en muurtjes moeten komen.
Ook kun je al bepalen vanuit welke hoeken van de aanbouw het uitzicht het mooist is.
Aan de hand van de plattegrond kun je met papieren meubels gaan schuiven om een optimaal gebruik te gaan maken van de nieuwe ruimte.
Dikwijls merk ik nog dat mensen wel een uitbreiding van hun woonkamer willen, maar wanneer die er eenmaal is, zij zich geen raad weten met de nieuwe aanbouw.
Nog een voordeel van zo’n plattegrond is dat je ook al ruim van te voren kunt bepalen waar lichtpunten moeten komen.
Je kunt kiezen voor een aanbouw met een plat of een hellend dak. Omdat op een plat dak langer regenwater blijft staan, is zo'n dak onderhoudsgevoeliger dan een hellend dak. Met een lichtkoepel of lichtstraat in het dak heb je de hele dag zeeën van licht in de aanbouw. Kies dan meteen voor zelfreinigend glas, dan hoef je niet zoveel toeren uit te halen om de ramen te lappen.
In de meeste gevallen is het raadzaam om een architect in de arm te nemen, zeker wanneer je een monumentaal pand bewoont of iets bijzonders wilt maken van je aanbouw. En vraag voordat je in zee gaat met een architect en/of aannemer naar referenties van eerder uitgevoerde bouwprojecten.
Stel dat je een stuk aan je woonkamer wilt bouwen, ga er dan niet automatisch vanuit dat er één grote ruimte moet ontstaan. Soms is het leuker om te zorgen dat je het aangebouwde stuk kun afsluiten door middel van openslaande deuren met veel glas. Zo ontstaat er een apart gedeelte aan je huis dat je bijvoorbeeld kunt gebruiken voor een TV hoek voor de kinderen. Ook is het heerlijk om hier een zogenaamde stilte ruimte van te maken. In een druk huishouden is het zalig om je even terug te kunnen trekken met een goed boek. Zodra je meer ruimte nodig hebt zet je de tussendeuren wijd open en doet het aangebouwde stuk mee met de rest van je huis.
Je kunt in een dergelijke aanbouw natuurlijk ook een aparte eethoek maken. Lekkere grote tafel erin met comfortabele stoelen en zelfs in de winter heb je het gevoel buiten in je tuin te zitten.

Naar boven


Wandversiering

Komt het volgende je bekend voor? De woonkamer is ingericht, de vloer is gelegd, de verlichting is aangebracht, de gordijnen hangen en de meubels staan op hun plek, maar er moet nog iets aan de wand.
De meeste mensen vinden het zonde om in mooie strakke muren lukraak gaten te gaan boren. Met het gevolg dat de muur nog maanden lang kaal blijft.
Begin daarom eens met een schilderij ophangsysteem. Is de rail eenmaal bevestigd dan kun je probleemloos zoveel schilderijen ophangen en verhangen als je wilt zonder je mooie muur te beschadigen.
Deze ophangsystemen zijn ook verkrijgbaar in combinatie met verlichting. Flexibel en gemakkelijk aan de situatie aan te passen halogeenspotjes lichten je kunstwerken perfect uit.
Om je huis persoonlijk te maken, kun je schilderijen, foto’s of voorwerpen aan de muur hangen. Je kunt op die manier een kamer precies de sfeer meegeven die je van te voren in gedachten had. Als je geen geld hebt voor een echte Van Gogh zijn er natuurlijk alternatieven: posters, een projectie op de muur of desnoods je favoriete CD hoesjes.
Of denk eens aan een mooie fotowand. Als je allemaal verschillende foto’s in dezelfde lijstjes ophangt, krijg je een mooi geheel en er ontstaat vanzelf een soort praatmuur, waar niet alleen je gezin, maar ook het bezoek graag voor gaat staan.
Het is tegenwoordig ook niet ongebruikelijk om een leuke tekst of spannende spreuk op je muur te plakken. Er zijn diverse sites waar je zelf je tekst kunt samenstellen in elke gewenste kleur en lettertype. Weer eens wat anders dan het bekende tegeltje met spreuk aan de wand.
Juist omdat kunst zo persoonlijk is, zul je zelf moeten uitmaken wat er aan kunst wordt opgehangen. Er zijn echter wel een aantal algemene dingen waar je rekening mee kunt houden zodat het resultaat nog mooier wordt.
Je kunt de kleur van de muur waaraan je iets wilt hangen aanpassen. Dat kan een geweldig effect geven. Je kiest dan voor een kleur die in het kunstwerk terug komt of juist een contrasterende kleur.
Een reeks afbeeldingen verticaal ophangen geeft een hoogte-effect. En een heel groot kunstwerk in een relatief kleine ruimte kan de ruimte optisch vergroten.
Ik zie helaas vaak dat de objecten te hoog worden opgehangen. Zorg dat het midden ongeveer op ooghoogte komt. En hang alleen dat op wat je echt mooi vindt, je moet er ten slotte zelf met plezier naar kunnen kijken.

Naar boven


Verlichting

Verlichting is één van de moeilijkste onderwerpen in de interieurarchitectuur. Je kunt een huis nog zo mooi inrichten; een verkeerde verlichting kan het hele interieur breken. Laat ik beginnen te zeggen dat de meeste mensen de fout maken door naar een lampenzaak te gaan om daar een lamp uit te zoeken. Als dan thuis die mooie lamp wordt aangesloten is het niet wat men bedoelde. Dat komt omdat men niet eerst heeft gekeken wat voor soort verlichting op die plaats nodig is. Je moet dus in feite eerst bepalen waar in de ruimte licht moet komen en wat voor soort licht dat moet zijn.
Je kunt kiezen uit drie verschillende lichtfuncties, direct, indirect en diffuus licht. Directe verlichting is licht dat direct op het te bepalen onderwerp schijnt, bijvoorbeeld de eettafellamp. Je wilt zien wat er op je bord ligt en wat er in de krant staat. Nog andere voorbeelden zijn de spots, de leeslamp en het licht boven het werkblad in de keuken. Belangrijk bij direct licht is dat je niet in de bron kijkt, want verblinding is zeer hinderlijk. De tweede soort verlichting is indirecte verlichting. Licht dat via een muur of plafond de ruimte verlicht. Denk bijvoorbeeld aan een uplighter, zowel staand als bevestigd aan de muur. Deze moet dan zo’n 180 cm vanaf de grond hangen.
Tevens zijn er tal van mogelijkheden om zelf creatief indirecte verlichting aan te brengen, denk eens aan koofverlichting. Al dan niet gecombineerd met gordijnen. Een weggewerkt lampje achter een bank of plant geeft vaak een heel ruimtelijk effect.
De derde soort is diffuus licht. Mocht je niet meteen een voorstelling hebben van wat dit inhoudt, denk dan aan de aloude schemerlamp. Het is licht dat mooi verspreid door de ruimte schijnt. Er zijn tegenwoordig heel wat modellen schemerlampen te verkrijgen. Romantische, maar ook heel strakke vormen.
Nu je hebt bepaald wat voor soort licht je op een bepaalde plek wilt hebben, ga je vervolgens een verdeling maken tussen algemene verlichting en accentverlichting. Voor algemene verlichting gebruik je indirect licht of diffuus licht. De ruimte is dan bijna egaal verlicht, maar vraagt nog om enkele accenten. Daar gebruik je dan directe verlichting voor (bijvoorbeeld spots, leeslampen). Dan ontstaat er een mooie verhouding.
Tot slot is er nog de decoratieve verlichting. Met deze verlichting kun je een speciale sfeer oproepen door het op een bepaalde manier te laten weerkaatsen of door het gebruik van een gekleurde lamp. Kaarsen vallen ook onder decoratieve verlichting evenals kerstlichtjes. Het is misschien daarom ook nog niet zo’n gek idee om kerstverlichting ook na december te gebruiken. Bijvoorbeeld weggewerkt boven op een kast.
En vergeet de dimmers niet op diverse lampen, daarmee kun je elke gewenste sfeer creëren.

Naar boven


De werkplek

Niet iedereen heeft een eigen werkplek in huis. Maar in een doorsnee huishouden zal er toch wel eens iets gedaan moeten worden aan de administratie. En de post moet ergens worden gedropt. Al heb je maar een klein hoekje in huis, van elke plek is een klein efficiënt kantoortje te maken.
We beginnen met de verdeling van je werkplek in drie locaties. De plek die het dichtst bij is noemen we Locatie A. Daar leg je alles waar je op dat moment mee bezig bent. Het ligt een beetje aan je werkzaamheden, maar stel dat je veel werkt met pen, nietmachine en perforator. Dan leg of zet je die spullen binnen handbereik.
Op Locatie B liggen de spullen die je minder vaak nodig hebt, maar waar je wel zittend bij kan. Locatie C is het verst weg en is uitermate geschikt voor de spullen die je niet vaak nodig hebt. Bijvoorbeeld de belastingpapieren, die heb je meestal maar eens per jaar nodig. Ik denk dat je zelf kunt bedenken waar wat moet liggen of staan.
Het is verder van belang dat je de spullen eerst ordent en dan pas opbergt in laden, dozen, kasten en hangmappen. Als je werkt met de PC is het handig om mappen en dossiers dezelfde naam te geven als de mappen in je computer. Dat zoekt eenvoudiger op.
Post openmaken kun je het beste doen met een papierbak naast je. Enveloppen gooi je meteen weg en je sorteert meteen de post. Rekeningen of zaken die enig uitstel behoeven, doe je in een aparte map. Berg deze (doorzichtige plastic) map dan zo op dat je er zicht op houdt.
Krantenartikelen die je nog wilt lezen of stukjes uit tijdschriften die je aandacht trekken kun je beter apart opbergen. Kijk wel even elke maand of het nog belangrijk genoeg is. Meestal is je interesse weer wat afgezwakt en kun je ze linea recta in de papierbak gooien. Als je het echt zo interessant had gevonden had je het allang gelezen!
Er zijn ook veel mensen die een groot liefhebber zijn van de overbekende gele memoplakkertjes. Overal kom je ze tegen met Nog Doen of Niet Vergeten.
Meestal zien deze mensen door de gele zee de golven niet meer en raken ze moedeloos en verdrietig. Gele memo’s kun je beter bewaren voor echt belangrijke dingen zoals, Vlees uit de diepvries of om 10 uur Piet bellen. Dan kunnen ze daarna meteen weer weg.
Zorg dat het midden van je bureau, waar je aanschuift, leeg blijft, behalve als je aan het werk bent. Zeker weten dat je dan een goed overzicht houdt over al je paperassen.

Naar boven


Feng Shui

Heb je wel eens meegemaakt dat je op een plek zat waar je je helemaal gelukkig voelde? Je kunt die plek vast wel nog herinneren. Misschien was het op vakantie in een ver oord, maar wellicht was die plek wel dichter bij huis.
Probeer eens in te denken waarom deze plek zo bijzonder was. Door de elementen die je omringden was je waarschijnlijk helemaal in balans. Je voelde je optimaal. Een dergelijk gevoel van welbehagen zou je ook willen hebben in je eigen woonomgeving. Je huis moet eigenlijk een plek zijn waar je je na een drukke stressvolle dag heerlijk kunt terugtrekken. Waar je letterlijk THUIS komt.
De inrichting van je huis beïnvloedt je welbevinden. Ik zal een voorbeeld geven. In een opgeruimd en schoon huis is voel je jezelf vaak beter. Het klinkt misschien wat oubollig, maar de grote schoonmaak vroeger gaf de mens weer energie om verder te kunnen.
Zo is het ook met de indeling en met de ligging van huizen. Het ene huis voelt goed aan en past als een jas. Iedereen heeft wel eens ervaren dat hij op bezoek ging bij vrijwel onbekende mensen waar hij zich meteen thuis voelde. Voor je er erg in had zat je er om half twaalf nog. Maar andersom komt ook voor. Dat je bij iemand die je best aardig vond, zo snel mogelijk weer weg wilde. Hoogstwaarschijnlijk was er iets negatiefs aan de hand met dit huis.
Ik had hier heel lang geen verklaring voor. Totdat ik in aanraking kwam met Feng Shui. Feng Shui betekent letterlijk wind en water en is een duizend jaar oude Chinese kunst en wetenschap die tot doel heeft om woningen, kantoren en de ruimte om ons heen zodanig in te richten, dat zaken als geluk, gezondheid, succes en welvaart worden bevorderd. Door de energiebanen zo gunstig mogelijk te leiden kan een goed energieklimaat gecreëerd worden.
Ik gebruik het in mijn dagelijks leven en in mijn werk als interieuradviseur. Ik ervaar zelf dat ik meer bewust veranderingen in mijn leven aan kan brengen door mijn woonomgeving aan te passen. Duizelt het je allemaal een beetje? Geen nood. Tijdens mijn cursussen worden veel praktische en creatieve ideeën besproken, die goed toe te passen zijn in het eigen huis. Om die oude kennis naar het hedendaagse te vertalen, zullen we echter diverse aanpassingen moeten maken. Wij leven nu eenmaal in het westen in de eenentwintigste eeuw. We hebben gelukkig genoeg Feng Shui oplossingen om ook hier de balans in onze omgeving te verbeteren. Vergeet niet dat je huis een afspiegeling is van jezelf en je leven. Zie je huis als je beste vriend. Het is raadzaam om je huis te behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden. Met respect, vol humor en zorgzaam.

Naar boven


De hal

De entree of de hal is het visitekaartje van je huis. Om een verpletterende indruk te maken of om zelf “lekker’’ thuis te komen heb ik wat ideeën en tips voor een opgeruimde en gezellige entree.
In de meeste hallen is het woekeren met de ruimte. Halletjes in nieuwbouwhuizen zijn te klein en te donker. En al snel vuil door het in- en uitgaande verkeer. De vraag is: waar laat je alle spullen en hoe houd je het schoon?
De hal is doorgaans de meest geschikte plaats voor de kapstok. Al die jassen maken meestal een rommelige indruk, dus hang ze uit het zicht in een (inbouw)kast. Maar is de hal te klein voor een kast, kies dan voor een kapstok met een paar haken en hang eigen jassen die je minder vaak gebruikt ergens anders. Heb je in de buurt van de hal een garage of een bijkeuken, maak daar dan een flinke kapstok.
Voor schoenen zijn er handige platte schoenenkastjes te koop. Je kunt ze aan de muur bevestigen en de vakken dichtklappen. Kinderen vinden het leuk als ze hun eigen vak hebben met hun naam er op geschilderd.
Dat geldt ook voor de post. Er bestaan leuke brievenbakjes die je in een hal kun ophangen. Zo kun je meteen de post sorteren op naam.
De muren in de hal zitten snel onder de vingerafdrukken, strepen van schoenen en andere vlekken. Kies voor afwasbare verf, zodat de wanden altijd weer mooi schoon te krijgen zijn. Je kunt een mooie speelse kleur nemen in de hal. Gebruik niet te donkere kleuren in een kleine hal, want dat maakt het geheel nog kleiner. Omdat het vaak wat donker is, kun je het beste gebruik maken van zonnige kleuren. En een grote spiegel doet wonderen. Kies wel voor helder spiegelglas. Want als je een bronskleurige spiegel ophangt, zie je er zelf wel mooier en gezonder uit, maar het licht dat de spiegel weerkaatst wordt op die manier twee keer zo donker.
Met verlichting in de hal kun je leuke effecten bereiken. Je kunt met een dimmer de lampen even fel laten schijnen wanneer jezelf of bezoek binnenkomt. Daarna dim je het licht weer. En met een of twee uplighters aan de wand lijkt de hal veel ruimer.
En ben je in het bezit van een grotere hal? Gebruik hem dan als extra bergruimte. Zet er een kast uit de woonkamer neer, zodat je daar wat meer ruimte krijgt. Of gebruik de hal voor een speelplek voor de kinderen. Zo kun je bijvoorbeeld onder de trap of in een nis een knus hoekje maken. Met een vrolijk gekleurde baan magneetverf op de muur hebben ze meteen hun eigen memobord.

Naar boven


Opruimen

Erger je ook zo aan die troep in huis? Heb je net opgeruimd, je draait je om en er ligt alweer rotzooi. Of je gaat vol goede moed eindelijk eens die zolder opruimen op een regenachtige zondagmiddag, kom je een oude schoolagenda tegen en voor je het weet ben je twee uur verder en nog geen zier opgeschoten.
Ook al ben je geen Truus de Mier of Miep Kraak, er zijn altijd wel van die momenten dat je vindt dat de bezem eens door je huis gehaald moet worden.
Daar zijn twee goede Nederlandse woorden voor: Opruimen en Weggooien. En hier hebben de meeste mensen zo’n moeite mee.
Het opruimen gaat nog wel. Dan worden er stapeltjes gemaakt, van dit moet hier en dat moet daar. Maar het is dan eigenlijk geen opruimen meer maar verplaatsen. Ja, daar zijn we goed in. En het draait toch maar om één ding: ruimte scheppen, dus er zal heel wat weggegooid moeten worden.
Wanneer een ruimte of een kast een lange tijd rommelig is, word je daardoor steeds 'getroffen'. Onbewust geeft dit keer op keer een onbehaaglijk gevoel dat door kan werken in gewone dagelijkse dingen. Begin ‘gewoon’ met opruimen en doe alles weg, waar je niet meer van houdt.
Hoe kun je dat nu het beste aanpakken?
Wanneer je begint met ordenen van je troep is het belangrijk dat je een tijd met jezelf afspreekt. Plan tweemaal zoveel tijd als je nodig denkt te hebben, maar maximaal drie uur. En beperk je tot kleine opruimprojecten, dan is de kans dat je iets afmaakt groter.
Raak de spullen niet teveel aan, maar blijf er op een afstand naar kijken. Als je het door je handen laat gaan, is het veel moeilijker om er afstand van te nemen.
Groepeer gelijksoortige zaken bij elkaar en dingen die je vaak gebruikt, kun je het beste op een gemakkelijke bereikbare plek bewaren. Voorwerpen die minder vaak worden gebruikt kunnen ‘verder weg’. Maar niet te ver. Bedenk altijd: wat levert het me op als ik het bewaar en wat win ik als ik het weggooi. Tien tegen een dat je moet bekennen dat je het echt niet meer nodig hebt.
Dus weg ermee. En vind je het zonde om het naar de reiniging te brengen, dan kun je er altijd nog een ander een plezier mee doen. Bij de kringloopwinkels zullen ze je met open armen ontvangen.
Kortom: een opgeruimd huis geeft je een goed gevoel. We zeggen ook wel dat een opgeruimd huis een goede Feng Shui heeft.
Nieuwsgierig geworden wat Feng Shui nog meer inhoudt? Kom een cursus over dit onderwerp volgen en je zult merken dat dit je flink inspireert om eens goed aan de slag te gaan in je eigen huis.

Naar boven


Houden van je huis

Het gaat er niet om in wat voor huis je woont, een duur koophuis of een klein huurflatje. Het gaat erom dat je van je huis houdt. En het huis van jou.
Volgens de schrijfster Kathryn Robyn moet je jezelf de volgende vraag stellen: ‘ Als ik aan het eind van de dag thuiskom, begroet mijn huis me dan als een geliefde en biedt het me iets te drinken aan?’ Is dat niet het geval dan is er iets goed mis met de relatie tussen jou en je huis.
In haar boek Spiritual Housecleaning schrijft zij verder dat de conditie van je huis een foto van de realiteit moet zijn waarin je leeft. Als je een probleem hebt in je huis, zegt dat iets over een probleem dat je in je leven hebt.
Ik moet erkennen dat ik het volslagen eens ben met de Amerikaanse Kath. En als je jezelf eveneens herkent in bovenstaand stukje, dan gaat het vervolg ook vast over jou en hoe je aankijkt tegen je huis.
Al jaren werk ik met Feng Shui, ofwel de kunst van het inrichten. Vanaf jongs af aan ben ik al geïnteresseerd in het inrichten van huizen. Ik snapte echter niet waarom het in het ene huis wel klikte en het andere huis niet. Toen ik voor het eerst over Feng Shui hoorde, wist ik eindelijk dat wat ik altijd voelde ook een naam had! Er bestond werkelijk een hele oude wetenschap, een filosofie, een kunstvorm, de kunst om in harmonie te leven met de omgeving.
Het is ook interessant om te merken hoe anderen mensen hier mee omgaan. Tijdens de cursussen die ik regelmatig geef, vertellen cursisten talrijke verhalen over zichzelf en hun huizen. Situaties die voor iedereen zeer herkenbaar zijn.
Zo vertelde ooit eens een vrouw dat ze al jaren lang sukkelde met haar gezondheid. Veelal vage klachten, maar ze had er behoorlijk last van. Haar huis was een verzameling van oude antieke meubelen die zij in de loop der jaren had gekregen van overleden familieleden. Diverse keren had zij zich er al aan geërgerd, maar zij kon het, uit een soort schuldgevoel, niet over haar hart verkrijgen om deze spullen weg te doen.
Uiteindelijk heeft zij besloten om eens wat te verkopen en ruimte te maken in haar huis. Zij heeft sindsdien geen lichamelijke klachten meer en is een vrolijker mens geworden. Onthoud dat je huis een afspiegeling is van jezelf en je leven. Behandel je huis zoals je zelf ook behandeld wilt worden. Vriendelijk, met eerbied en vol humor. Zie je huis als je beste vriend!

Naar boven


Schuiven met je meubels

Herken je de volgende situatie?
Je bent al een tijd niet meer tevreden over de meubelopstelling in je woonkamer en besluit op een dag hier iets aan te gaan doen.
Het plaatsen van je meubilair en daarin een balans aanbrengen lijkt een ingewikkelde zaak, maar met een beetje gezond verstand en leren op een nieuwe manier naar je kamer kijken, kom je al een heel eind.
Kijk waar de deuren zitten. Als je twee deuren hebt of meer, bepaal dan eerst hoe het doorloopgedeelte is. Laat de looplijnen bijvoorbeeld niet dwars door de zithoek te lopen. Met één deur heb je het wat gemakkelijker. Al heb je een goede toegang tot het zitgedeelte, zorg wel voor voldoende ruimte langs de kanten. Laat ongeveer een meter loopruimte achter de bank over. Dat staat veel ruimtelijker!
Draai de eettafel eens een slag. Plaats hem vrij in de ruimte, maar wel zo dat je er nog eenvoudig langs kunt. Heb je een joekel van een eettafel met zes stoelen en ben je maar met zijn tweeën, overweeg dan eens om twee stoelen elders neer te zetten totdat je gasten krijgt. Dat oogt veel luchtiger.
Natuurlijk gaat het verplaatsen van meubels niet zonder het blootleggen van allerlei bedrading. Als je de bank verplaatst hebt blijkt dat je niet meer kunt lezen omdat de lamp ineens aan de andere kant staat of hangt. En wat dacht je van de TV waar je plotseling met je rug naar toe zit.
Verplaatsen is leuk, maar niet altijd een oplossing.
Toch krijgen veel mensen – mannen zeggen dat vrouwen dat alleen hebben – vaak de kriebels. Er moet iets gebeuren met die saaie woonkamer! Ik geef meestal het volgende advies. Ga eerst eens schuiven op papier. Dat scheelt je een hoop ellende en het spaart je rug.
Maak een eenvoudige plattegrond van je woonkamer. Teken er alle vaste elementen, zoals ingebouwde kasten, ramen, deuren en open haarden in. Teken op een apart vel al je meubels op dezelfde schaal. Knip die uit en ga net zolang schuiven tot je een bevredigende situatie hebt.
Let ook op de lichtinval overdag. Zit je graag aan de eettafel om een spelletje te doen of de krant te lezen, plaats de tafel dan eens voor het raam en niet op de donkerste plek in het huis. Stap ook van de gouden regel af dat je nooit met je rug naar het raam mag zitten. Als je niet zo’n mooi uitzicht hebt waarom zou je er dan wel naar moeten kijken? Na al dat geschuif kom je er misschien achter dat je huidige opstelling lang zo gek nog niet is. Wees gerust: je bent niet de enige. 90 % van de mensen willen gewoon veranderen om het veranderen. Jij hoort dus vanaf nu bij die 10%.

Naar boven


Bankhangen

Enige tijd geleden ontstond er tijdens een van mijn cursussen een levendige discussie over het bankhangen van mannen. Waarom willen mannen toch zo graag op de bank in de woonkamer liggen. Met het zicht op het televisietoestel en de afstandsbediening binnen handbereik.
Ik spreek echt niet uit ervaring, maar het schijnt dat de meeste vrouwen een mannelijke partner hebben die in dit profiel past. Tijd dus om op onderzoek uit te gaan. Ik heb het geweten. In mijn familie en kennissenkring is het fenomeen algemeen bekend.
Lekkere grote plofbanken worden aangeschaft, waar manlief na een drukke werkdag in kan wegzinken. En dan heb ik het nog helemaal niet over dat biertje erbij en wat er zoal op de TV te zien is, maar dikwijls is er sprake van een groene grasmat met tweeëntwintig mannetjes die achter een bal aanhollen!
Ach, ja zo zijn mannen en moeten vrouwen hun gedrag gaan veranderen? Welnee, laat die mannen lekker hangen. De vrouwen gaan wat anders doen. Zij richten een hoek in voor zichzelf of een aparte kamer, waar ze hun eigen domein van maken.
Eerst maar eens over dat hoekje in de woonkamer.
Stel je hebt een doorsnee woonkamer. Plaats de bank en een stoel, eventueel aangevuld met een hocker, in de buurt van de TV. Plaats een lage lamp achter de TV. Dit heeft als doel dat het licht dat de televisie afgeeft een beetje wordt verzacht. Zet tevens een (schemer) lamp naast de bank, zodat de hoek mooi diffuus wordt verlicht. In een andere hoek zet je een lekkere stoel met een leeslamp. Zorg ervoor dat deze lamp niet te hoog staat. Als je zit moet de lamp ongeveer ter hoogte van je schouder zijn, met het licht naar beneden gericht. Het is letterlijk licht om bij te lezen en niet om de ruimte te verlichten.
In de buurt van deze hoek kan een mooie lamp, die diffuus licht geeft, of een uplighter goede diensten bewijzen. Een tafeltje ernaast met mooie spulletjes, kaarsen of waxinelichtjes en je hebt je eigen hoekje gecreëerd.
Nu heb je alleen nog last van het geluid dat er vanuit die bank of het televisietoestel komt.
Ook daar is wat aan te doen. Koop een MP3 spelertje of misschien heb je nog een ouderwetse walk- of diskman en je hoeft je nergens meer aan te storen. Heerlijk, jouw avond kan niet meer stuk.
Wil je echter zelf ook een televisieprogramma zien, dan is het slim om ergens anders in huis een ruimte in te richten waar je je eigen toestel neerzet. Wat dacht je van de slaapkamer? Een mooie gelegenheid om deze kamer ook eens aan te pakken. Schilder hem in je favoriete kleuren. Koop lekkere kussens en ga als een prinses op je bed liggen kijken naar alles dat jou interesseert.
Je slaat zo twee vliegen in een klap. Je hebt geen last meer van je man met zijn eeuwige bankhanggedrag en je slaapkamer is ook weer als nieuw!

Naar boven


Houten vloeren

De laatste tijd krijg ik zeer veel vragen over houten vloeren. Veel mensen besluiten een houten vloer in hun huis te leggen of hun bestaande houten vloer een andere kleur of afwerking te geven. Het valt me op dat de donkere vloer op het ogenblik het meest populair is. Houtsoorten zoals jatoba, wengé, merbau en afzelia zijn erg in trek.
Lichtere soorten hout zijn beuken, essen, grenen, esdoorn en eiken. Vooral eiken heeft een streepje voor. Het is zeer geschikt om vloeren mee te leggen, vooral ook omdat het op verschillende manieren kan worden afgewerkt.
Wil je een wat klassieker geheel, dan kun je kiezen voor bijvoorbeeld Frans eiken, dat in een visgraat wordt gelegd met een band en bies rondom. Wil je een wat modernere look dan kies je voor wit Amerikaanse eiken vloerdelen.
Een houten vloer is een levend natuurproduct. Elke plank is anders, elke soort is anders, met zijn eigen tekening en kleur. En een houten vloer gaat lang mee. Dit maakt hout op termijn de goedkoopste vloerbedekking die er is. Een houten vloer wordt in de loop der jaren steeds mooier. Natuurlijk is het wel belangrijk dat de bovenlaag regelmatig wordt onderhouden met olie, was of lak.
En dat brengt me meteen op de volgende vraag die mij regelmatig wordt gesteld: hoe kan ik mijn houten vloer het beste afwerken?
In feite zijn er diverse materialen om een houten vloer af te werken, zoals hardwaxolie, lak en was. Het meest gebruikte afwerkmateriaal is hardwaxolie. Dit is een milieuvriendelijk afwerkmateriaal op basis van urethaan-olie met een uitstekende slijtvastheid en goede watervastheid.
Bij een hardwax vloer is het onderhoud stofzuigen en eventueel niet te nat dweilen. Indien nodig behandel je de meest belopen plaatsen met een onderhoudsmiddel.
In sommige situaties is de hardheid van het hout een belangrijke factor. In de keuken en de hal ontstaat er meer slijtage dan in andere ruimtes. Het maakt natuurlijk ook een verschil of je met 4 kinderen en een hond in een benedenwoning met een tuingerichte woonkamer woont of alleen in een appartementje en verzot bent op pantoffeltjes.
En dan is er natuurlijk nog de vraag of vloerverwarming geschikt is onder een houten vloer.
Met in achtneming van bepaalde voorwaarden is dit goed mogelijk. Bij voorkeur moet de vloer worden verlijmd en niet zwevend worden gelegd. Na het leggen van de vloer moet de vloerverwarming langzaam opgestart worden. Het beste is om de verwarming in het najaar aan te zetten en in het voorjaar pas weer uit.
Hout is echter een isolator en zal de warmte van de vloerverwarming vertraagd doorgeven. Geen nood: de muizen in de kruipruimte hebben het in ieder geval lekker warm.

Naar boven


Kerst

Deze week las ik in de krant dat een zwart-witte kerst helemaal in is. Alle versieringen moeten dus of in het zwart of in het wit worden aangebracht. Dat wordt nog een hele toer.
Je kunt natuurlijk beginnen met een witte (kunst) kerstboom te kopen. Hang er zwarte slingers en ballen in en je bent helemaal trendy. Als je wat meer variatie wil dit jaar heb ik wat leuke tips voor een kleurrijke en warme kerst.
Want hoe dan ook: een warme kerst zal het worden dit jaar, is het niet binnen dan wel buiten.
Ga eens op zoek in je kast, op zolder of bij de kringloop naar oude vaasjes en potten. Haal bij de verfzaak of in de bouwmarkt een spuitbus goudverf en bespuit ze allemaal. Je kunt ze dan op een mooi dienblad zetten, dat je eventueel ook spuit met goudverf. Leg er een paar kerstlichtjes op batterijen bij en je krijgt een mooie combinatie. Daarbij kun je ook een bos met goud bespoten sierasperge zetten. Dat ziet er nog stijlvoller uit.
Met zilver kun je ook leuke decoraties maken. Tegenwoordig kun je in bijna iedere (woon) winkel grote kleurige takken kopen. Kies voor witte of zwarte takken ( dus toch zwart-wit) en bespuit ze gedeeltelijk met zilververf. Zet ze in een grote pot en hang er flinke zilveren kerstballen in. Er bestaan ook takken die al omwonden zijn met lampjes. Die kun je natuurlijk ook goed gebruiken.
Zulke zilveren voorwerpen staan vaak mooi bij een zwarte achtergrond. Dit kun je bereiken door een zwart (tafel) kleed over een tafeltje te draperen of eventueel aan de muur te bevestigen. Ik heb nog een suggestie voor je: op de markt verkopen ze nu veel glitterstoffen die je goed kan gebruiken.
Wat ik ook altijd een aanrader vind, is om te werken met natuurlijke materialen. Zo kun je bijvoorbeeld een lekkere gezonde boswandeling combineren met het zoeken naar prachtige knoestige takken en die thuis gebruiken voor kerstversiering. Dat staat vaak ook heel feestelijk op een mooi gedekte tafel. Als je er dan bruine of naturel kleurige placemats en servetten bij gebruikt, krijgt je kersttafel een heel natuurlijke uitstraling. Het levert je ook nog een voordeel op. Deze versiering kun je het hele jaar door gebruiken.
Waar je uiteraard voor moet waken is, dat je niet te overdreven moet decoreren. Probeer overkill te vermijden. Kies liever voor een paar grote stukken die echte eyecatchers zijn, in plaats van een hele lading kleine decoraties. Dat neemt niet weg dat je er vanzelfsprekend een geheel eigen sfeer in moet brengen. Wat voor de een teveel is, is voor een ander nog steeds erg kaal.
Volg je gevoel en verlies niet uit het oog waar je het allemaal voor doet.


Naar boven


Leren banken

Al geruime tijd houdt mij de vraag bezig, waarom mannen van leren banken houden. Waar ik ook kom en wat ik ook hoor op dit gebied, het zijn altijd de mannen die verzot zijn op de leren bank.
Van de week maakte ik tijdens een van mijn cursussen hier wederom een opmerking over en inderdaad: een aantal dames gaven volmondig toe dat het zo was. En sterker nog, de enige man in het gezelschap moest erkennen dat hij thuis zelf een leren bank had.
Hoe zou dat toch komen, waar komt die innige liefde voor het leer toch vandaan bij de meeste mannen?
Het werd weer eens tijd om op onderzoek uit te gaan.
Ik ben allereerst in de boeken gaan snuffelen en het internet afgestruind. Volgens de man/vrouwgoeroe John Gray ( ja, die van het boek over Mars en Venus ) moeten we leren welke verschillen er kunnen zijn waardoor mannen en vrouwen elkaar beter leren begrijpen.
Het is geen oplossing voor alle problemen, maar het kan een goede aanleiding zijn om zaken eens vanuit een ander standpunt te bekijken. Ook zijn sommige verschillen erg grappig.
Ja, dat had ik zelf ook wel kunnen bedenken, maar het geeft geen antwoord op mijn vraag waarom mannen van leren banken houden.
Misschien zit het in de lichamelijke verschillen. Laten we eens naar het vetgehalte kijken van beide geslachten. Bij de man is dit ongeveer 15% en bij de vrouw ongeveer 25% van het lichaamsgewicht. De vrouw drukt dus met die 10% meer dieper in de bank dan de man. Maar is dat de reden? Dacht het niet. Heeft het met kracht te maken?
De man heeft meer testosteron en daardoor meer spieren, de vrouw heeft gemiddeld 30% spierweefsel en de man 40%. Kijk, nu komen we al een heel eind.
Maar ik ben er nog niet helemaal uit. Wellicht moet ik ook eens gaan kijken naar de heupen.
De heupen van een man zijn gebouwd om snel te kunnen lopen, die van de vrouw om een kind te kunnen dragen en baren. Door dit verschil zijn vrouwen tijdens een hardloopwedstrijd altijd in het nadeel ten opzichte van een man. Nee, dit is helemaal niet logisch, want het komt zelden voor dat er een hardloopwedstrijd wordt gehouden op de driezits bank.
Er zit dus niets anders op dan een eigen reden te bedenken.
Ik denk, tussen ons gezegd en gezwegen, dat het er mee te maken heeft dat mannen graag een natuurlijk velletje onder zich willen voelen. Waar ze zich lekker behaaglijk tegenaan kunnen schurken.
Maar het kan ook zo zijn, beste heren, dat jullie hier een heel andere mening over hebben. Als dat zo is, dan hoor ik dat graag!

Naar boven


Behang

Werd je een paar jaar geleden nog voor ouderwets en truttig uitgemaakt als je vertelde dat je behang op je muur had, nu ben je ineens hip en trendgevoelig!
Bij een van de grootste behangproducenten van Nederland zeggen ze letterlijk: ‘Behang is booming business’. De woonbladen begonnen er al een jaar of twee, drie geleden mee, maar de trend is nu echt doorgedrongen tot in de Hollandse huizen.
Het gaat dan om nieuw behang, niet het retro-behang dat we zagen in de afgelopen jaren in de vintagewinkels, maar echt mooi behang dat ook nog tegen een stootje kan.
Het mooiste is nog wanneer één wandje wordt beplakt met een opvallend dessin. Bloemrijk, grafisch, barok en dan vooral heel groot.
Niet het kleine priegelige bloemetje dat je nog wel eens tegenkomt in een romantische slaapkamer. Meestal gekozen door de vrouw des huize die zelf ook het liefst nog zo’n Laura Ashley-achtige pyjama aan zou trekken.
Ook wandvullende prints zijn erg in trek. Denk bijvoorbeeld eens aan een enorme bloem die vanaf de grond zo je woonkamer inkomt . Of een prachtig Bounty eilandje met wuivende palmbomen. Je hoort de zee zo ruisen als je een beetje je best doet. En met nog een beetje meer verbeeldingskracht moet je nog uitkijken dat je niet wordt getroffen door een kokosnoot.
Waar komt behang eigenlijk vandaan? In de Middeleeuwen ging men in gegoede kringen de muren met wandtapijten behangen. Dat was behoorlijk duur en eind 15e eeuw, toen de papierprijs daalde, kwam het in de mode om behangselpapier te gebruiken, in een kleurig motief bedrukt met een houtsnede.
In Engeland en Frankrijk werd dit een hele industrie met een massale productie. De kwaliteit verbeterde en andere landen volgden al snel. Men ging op bestelling de allerduurste soorten beschilderen. Want ook in die tijd wilde men zich graag onderscheiden.
Behang werd vroeger gelijmd op ragdoek van jute. Dat ragdoek werd over latten gespannen, de bekende rachels. Deze rachels werden tegen de muur geplaatst. Eeuwenlang een geliefde verblijfplaats voor knaagdiertjes en andere ongewenste gasten. Althans als ik mijn oma mag geloven die daar altijd smeuïge verhalen over kon vertellen.
Tegenwoordig pakt men de zaken anders aan als het om behangen gaat. De muren worden over het algemeen eerst vlak gemaakt en daaroverheen wordt het behang geplakt.
Het geworstel met natte en recalcitrante banen is uit. We beschikken tegenwoordig over Smart papier . De stroken behang worden droog op een met lijm ingesmeerde muur geplakt. Evengoed blijft het toch een precies werkje.
En nog een voordeel van behang is, dat je er ook nog altijd wat huisgenoten, die niet doen wat jij wilt achter kan plakken. Maar ik neem aan dat dit niet de reden is dat behang zo enorm populair is.

Naar boven


Niewe Kleuren

Ook zo’n behoefte aan een ander kleurtje in je huis? Het wordt weer lente en de daarbij behorende kriebels schieten als krokusbolletjes uit de grond.
Veel mensen willen in het voorjaar hun huis eens flink beetpakken. De welbekende voorjaarsschoonmaak was zo gek nog niet. Het werd vroeger heel gewoon gevonden als men na de bedompte wintermaanden het huis eens flink ging witten. Meestal werd dan de schilder uit zijn winterslaap gewekt, vroeger bestonden er bijna geen doe-het-zelvers, en de goede man kon dan weer aan de slag. Werk genoeg.
Maar tegenwoordig pakken we het anders aan. We gaan op zoek naar een mooi kleurtje, al dan niet geadviseerd, en in de meeste gevallen nemen we zelf de witkwast ter hand.
Er blijft overigens genoeg werk over voor de echte professionals, getuige de vele bestelbusjes die voor dag en dauw uit alle uithoeken vertrekken en ‘s middags gevuld met knikkebollende passagiers weer terug naar huis rijden.
Maar dit terzijde.
Een mooi kleurtje op de wanden bijvoorbeeld. Wat moet je daar voor doen.
Het is aan te raden om eens goed naar al je meubels en accessoires te kijken die in de ruimte staan. Is het echt noodzakelijk dat deze spullen weer terugkomen, of staan ze er omdat ze er altijd al hebben gestaan?
Kijk dus met een kritische blik naar al dat moois. Heus je zult zien dat je al tevreden bent als er 80% terugkomt. Maar misschien kun je nog meer missen.
Bepaal vervolgens welke meubels er al een dominante kleur hebben en ga daar de kleur van de wanden op af stemmen.
Het mooiste vind ik altijd als je één basiskleur kiest. Die basiskleur is meestal wit. Maar je hebt natuurlijk wit en wit. Tegenwoordig hebben de meeste kleuren een welsprekende naam. Zo heb je volgens een kleurenwaaier van een bekend merk witten met namen als ‘gelukzalig’, ‘onbeschreven’, ‘versnelling’ of gewoon ‘orchidee’. Kortom klinkende namen die je al bij het uitzoeken een prettig gevoel moeten geven.
Daarna kun je een kleur kiezen, die ook weer mooi combineert met de basiskleur en de overige spullen. Vergeet de kleur van de vloer niet. Die is heel bepalend voor het interieur. Als je een donkere vloer hebt zul je zien dat het plafond door de weerkaatsing donkerder lijkt dan de wanden. Ook al heb je ze in exact de zelfde kleur afgewerkt.
Er is dus werk aan de winkel. En onthoud dat een kleurtje bij de buurvouw of je schoonzus best prachtig kan staan in haar huis, maar dat datzelfde kleurtje misschien in jouw huis met jouw meubels heel anders zal ogen. Bepaal dus kleur op de plek waar je hem wilt hebben en maak eventueel eerst een proefvlak. Succes verzekerd!

Naar boven


Buiten Wonen

Afgelopen week was het weer zo ver. De zoveelste buitenwoonbeurs beleefde haar première op het voormalige Floriade terrein. Ben je er niet bij geweest, dat is jammer, want dan heb je heel wat gemist.
Volgens de trendwatchers is het buiten wonen dé trend van 2007. De buitenruimte is het verlengstuk van ons huis geworden, waar volop geleefd, dus ook gewerkt, gekookt en gegeten moet worden.
Tja, als het allemaal zo makkelijk zou zijn, waar maken we ons dan nog druk over. Het lost in één klap een heleboel problemen op. Om te beginnen het fileprobleem: als er dan gewerkt moet worden doe het gewoon in de achtertuin. We hoeven ook niet meer naar een restaurant, want koken doen we ook zelf in die tuin of op het balkon en gemakshalve eten we het daar dan ook maar op.
Het klinkt prachtig, maar is dat het ook? Natuurlijk zijn er onder ons die van het buitenleven kunnen genieten. Gelukkig maar. Maar er zijn ook nog voldoende mensen die ofwel geen buiten hebben ofwel geen tijd hebben om er iets mee te doen. Die zijn al blij als er op zondagmiddag een boswandeling van af kan. En hebben al helemaal geen tijd om naar een buitenwoonbeurs te gaan!
Beroepshalve ben ik er wel een kijkje gaan nemen en kwam tot de conclusie dat er eigenlijk helemaal niets veranderd is ten opzichte van pakweg vijftig jaar geleden. Als het mooi weer was pakten we ons stoeltje op en zetten een tafel erbij. Het was een feest als we aan het eind van de dag nog konden genieten van het ondergaande zonnetje en de maaltijd buiten konden nuttigen.
Maar nu is het ineens allemaal anders. Er worden grote buiten-loungestoelen aangeschaft en we moeten toch ten minste op drie plekken een kolossale tafel met comfortabele stoelen neerzetten. Ook kun je niet meer aankomen met het verhaal dat als het gaat regenen dat je dan plotsklaps de boel op moet breken en naar binnen moet vluchten, want je hebt uiteraard gezorgd voor een overdekt terras!
Maar volgens mij is er toch één vereiste om buiten net zo te leven als binnen en dat is dat het mooi weer moet zijn. Want ook al zeggen de organisatoren van de buitenwoonbeurs dat onze woning niet ophoudt bij de achterdeur, als de gure wind erop staat, en dat gebeurt in ons kleine kikkerlandje nogal vaak, dan laat ik die achterdeur toch echt wel dicht!

Naar boven


Thuiswerkplek

Onderzoek heeft uitgewezen dat minder dan de helft van de Nederlandse thuiswerkers tevreden is over zijn werkomstandigheden thuis. Verder kwam uit dat onderzoek dat thuiswerken over het algemeen op een inefficiënte manier gebeurt.
Er wordt veelal gewerkt op plekken zonder daglicht, er moet met spullen worden gesleept omdat men niet beschikt over een eigen plek of er is te weinig ruimte.
Het wordt dus tijd om daar wat aan te doen, lijkt mij.
De vraag is dan natuurlijk: wat is een goede werkplek?
Volgens wettelijke bepalingen moet de arbeidsplek van een thuiswerker zodanig ingericht worden dat de arbeid zoveel mogelijk zittend op ergonomisch verantwoorde wijze kan worden verricht. De werkgever is zelfs verplicht om te zorgen dat de werkplek minimaal bestaat uit een goede stoel, een goede tafel en goede verlichting. Daar tegenover staat dat werkgevers moeten controleren of werknemers die thuiswerken hun werkplek wel volgens de arboregels hebben ingericht.
Wanneer werknemers een bureau timmeren van een oude deur en eraan gaan zitten werken op een keukenstoel, draait de werkgever op voor de gevolgen als ze arbeidsongeschikt worden.
Dit blijkt letterlijk uit een uitspraak van het gerechtshof in Amsterdam in een zaak van een werkneemster tegen haar baas. De werkgever werd verantwoordelijk gesteld voor de RSI die de vrouw had opgelopen tijdens haar werkzaamheden.
Dit alles neemt niet weg dat wij ook wel weten dat het lekkerder werken is in een leuke stimulerende en rustige omgeving. Naast alle moderne benodigdheden, zoals internet en telefoon, is een persoonlijke inrichting natuurlijk ook van belang. Veel thuiswerkers menen dat daardoor de productiviteit en efficiëntie toeneemt.
Richt je thuiswerkplek dan ook met veel zorg in. Kies voor een ruim bureau met een comfortabele verstelbare stoel. Ga op zoek naar handige opbergsystemen zodat je werkplek een opgeruimde uitstraling heeft. Denk bij de verlichting niet alleen aan een bureaulamp, maar kies ook rondom algemene verlichting.
Als je aan een kleurtje denkt neem dan groen. Dat is namelijk een goede kleur om toe te passen in een werkkamer. De kleur groen stimuleert de concentratie en sterkt het geheugen. Het is tevens de kleur die ontspannend werkt en frisheid en energie geeft.
Kortom, zo kan een werkplek thuis dus optimaal zijn; rest mij slechts één advies: vergeet niet af en toe naar kantoor te gaan!

Naar boven


Spaarlampen

Onze milieuminister Jacqueline Cramer wil de aloude gloeilamp verbieden. Na een werkbezoek bij Philips liet zij onlangs weten dat wij binnen vier jaar massaal aan de spaarlampen moeten.
Spaarlampen zijn volgens de bewindsvrouw veel beter voor het milieu en de portemonnee; zij schelen 70 procent aan energieverbruik. Gelukkig blijven haar collega’s kritisch en willen wel opheldering van de minister.
Spaarlampen lijken wat betreft afmeting en lichtkleur steeds meer op de gewone gloeilamp. Ze passen ook in de meeste armaturen. En het is een feit: spaarlampen leveren veel licht voor relatief weinig energie en ze gaan lang mee.
De hogere aanschafprijs heb je er vaak al na een jaar uit. Als je vijf gloeilampen in huis vervangt door spaarlampen, kun je € 55 euro verdienen via energiebesparing.
De eerste spaarlampen waren groot, zwaar en ze gaven ongezellig licht. Moderne spaarlampen zijn veel kleiner en daardoor beter inpasbaar.
Bij het vervangen van een gloeilamp voor een spaarlamp, kun je het vermogen van de gloeilamp (Watt) door vier delen. Op de verpakking staat soms dat delen door vijf het best is, maar veel mensen ervaren het zachte licht van spaarlampen als minder sterk. Delen door vier geeft daarom het beste resultaat.
Helaas heeft het ook een enorm nadeel, waar de minister vast en zeker niet aan heeft gedacht . Dat is dat je spaarlampen niet kan dimmen.
Gewone dimmers zijn niet bruikbaar bij spaarlampen. Er zijn wel spaarlampen in de handel met meerdere (twee of vier) lichtstanden. In dit type zit de schakeling ingebouwd in de lampvoet, waardoor de lamp naar keuze op volle of minder volle sterkten kan branden. Een soort stappendimmer dus.
Maar ja, dan krijg de volgende situatie: je zit met een ploegje gezellig rond de eettafel. De gastvrouw wil de lamp wat zachter draaien, aangezien dat de sfeer ten goede komt. Gaat eerst de lamp uit, om vervolgens een tandje lager weer te gaan branden en dat herhaalt zich zo nog een aantal keer. Weg sfeer: iedereen zal behoorlijk van slag zijn vanwege de onverwachte situatie.
Nu doe ik al jaren mijn best om het milieu sparen, al hoewel ik tot voor kort nog in een zeer vieze diesel zonder roetfilter reed en ook regelmatig het vliegtuig pak, daar niet van.
Dus ook ik zal er ook aan moeten geloven om in de armaturen, die ik niet ga dimmen een spaarlamp te draaien, sterker nog: ik heb dat al jaren geleden gedaan. Maar van mijn lampen die ik met veel plezier veelvuldig dim, daar moet Jacqueline toch echt van afblijven!

Naar boven


Woonfantasieën

Wonen “in the middle of nowhere” blijkt een populaire stek te worden. Althans als we de uitkomst van een groot onderzoek mogen geloven, dat gehouden is ter gelegenheid van de onlangs gehouden Woonbeurs in Amsterdam. Men wil ook meer ruimte om zich heen: een groter huis, een grote tuin en landelijk wonen scoren hoog.
Verder geven de ondervraagden aan dat luxe ook erg belangrijk is. We denken dan aan een luxe badkamer, een zwembad en allerhande spullen die het leven wel erg gemakkelijk maken.
In de ideale situatie waar niet op geld of andere zaken wordt gelet, staat driekwart van de Nederlanders te trappelen om iets aan het eigen huis te gaan veranderen.
De keuken en de badkamer staan bovenaan het verlanglijstje. Het liefst nog de keuken en de wensen zijn nogal radicaal. In de meeste gevallen gaat het om een complete verbouwing. Tegen het alleen opnieuw plaatsen van een aanrechtblad of de kastjes een ander kleurtje spuiten wordt wat meewarig aangekeken. Nee hoor, we dachten als we het nu niet rigoureus aanpakken, hebben we er later spijt van, is zo’n bekende kreet die we vaak horen.
Op zich is er natuurlijk niets op tegen om altijd je dromen proberen waar te maken.
Als geld en praktische bezwaren geen enkele rol van betekenis hebben, ontstaan vanzelf de wildste woonfantasieën. Ik heb me laten vertellen dat één op de vijf Nederlanders het liefst in een huis wonen waar je omheen kunt lopen. Met andere woorden een plek zonder buren.
Midden in het weiland, in een bos of in het bekende hutje op de hei.
Dit houdt overigens wel in dat vier op de vijf mensen dit helemaal niet ambieert. Sterker nog een huis waar ‘ze’ omheen kunnen lopen wordt vaak als onveilig en ongezellig ervaren. Geef die groep maar buren waar je comfortabel een kopje suiker kunt lenen en gezellig een bakkie kunt doen.
En wie wil er nou het meeste veranderen in huis? Juist, dat is de vrouw. Maar de man wint terrein. Althans dat vindt hij zelf. Hoewel hij ook nog steeds zegt dat tijd en geld belangrijke factoren zijn om de verbouwing nog even uit te stellen.
Daarentegen wil de vrouw het liefst meteen beginnen. Dus dames, al het aan mij ligt, op naar de bouwmarkt en de handen uit de mouwen. Er is werk aan de winkel!

Naar boven


Spannende Ruimtes

Hoe komt het eigenlijk dat je je in sommige ruimtes onmiddellijk op je gemak voelt? Komt dat doordat het een prettig licht huis is met de meubels op de juiste plek of komt het door heel andere aspecten?
Het is algemeen bekend dat gebouwen, huizen en kamers invloed hebben op hoe we ons voelen. Sommige ruimtes maken ons nieuwsgierig, in andere ruimtes voelen we ons verloren of ongemakkelijk en weer andere ruimtes geven ons een behaaglijk gevoel.
Als je ooit op zoek bent geweest naar het perfecte huis herken je het volgende vast. Bij het ene huis heb je meteen het idee dat het ideaal is, zonder dat je precies kan uitleggen waarom. Bij een ander huis weet je vrijwel meteen dat het niet klopt, terwijl het juist rationeel gezien het meest volmaakte huis zou moet zijn, omdat het bijvoorbeeld in de goede buurt ligt en financieel aantrekkelijk is.
Het komt voornamelijk door omgevingsfactoren. Laten we het eens vergelijken met de dierenwereld. Als je dieren in een ongezellig hok zet, gaan ze zich naar verloop van tijd merkwaardig gedragen, maar als de dierenverblijven afgestemd worden op hun oorspronkelijke habitat, voelen ze zich veel meer op hun gemak.
Op die manier zou je dus ook naar je inrichting kunnen kijken. Wij willen ons bijvoorbeeld veilig voelen, willen plekjes hebben waar we ons kunnen terugtrekken, zodat anderen ons niet kunnen zien of horen. Ook willen we soms anderen niet horen of zien. We geven door middel van allerhande kneepjes ons huis een persoonlijk tintje. De muren worden in lievelingskleuren geschilderd en we kopen meubels die we mooi vinden.
De natuur vinden we eveneens belangrijk. Groen heeft een positieve invloed op ons humeur. En wat te denken van daglicht. Hoe lichter een huis, hoe prettiger we ons er in voelen.
Bovendien willen we overzicht hebben. Met je rug naar de deur zitten geeft ons een onveilig gevoel. De meest ideale zitplaats kenmerkt zich ook door een stevige rugdekking. Kijk eens rond in een restaurant: de tafeltjes bij het raam en de muur zijn altijd het eerste bezet.
Een ruimte die je in één oogopslag kan zien kan saai overkomen. Het is slimmer om allerlei verrassende hoekjes in je huis te creëren. Maak het maar spannend!

Naar boven